DEN HAAG - Máxima had beter moeten uitkijken, toen zij op 18 oktober 2001 de oprijlaan van paleis Huis ten Bosch uitreed. Volgens advocaat H. Loonstein had de toenmalige verloofde van kroonprins Willem Alexander het ongeluk met zijn cliënt, Wassenaarder G.J. van der Bent, kunnen voorkomen.

Loonstein betoogde dat donderdag voor de rechter in Den Haag. Vleeshandelaar Van der Bent spande bij de rechtbank in Den Haag een bodemprocedure aan voor schadevergoeding. Hij wil geld zien van de prinses, omdat hij door het ongeluk zijn been ernstig brak en tijdelijk niet kon werken in zijn bedrijf.

Het ongeluk gebeurde in 2001 op de Leidsestraatweg in Den Haag, waar de oprijlaan van het paleis op uitkomt. De weg is alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer, wat Van der Bent niet was. Tot nu toe is niet duidelijk geworden wie er nu precies voorrang had. Van der Bent stelt dat Máxima hem voorrang had moeten geven, omdat zij uit een uitrit kwam. Zijn raadsman heeft de voorrangskwestie aan de rechter voorgelegd.

Hoeveel geld Van der Bent precies van de prinses wil hebben, is onduidelijk. Hij zei donderdag dat hij de rechterlijke uitspraak wil afwachten voor hij de claim opstelt. Hij vertelde wel dat hij alle uren die hij door de beenbreuk niet kon werken bij elkaar heeft opgeteld en uitkomt op tweeënhalve maand aan verloren dagen.

Verder heeft hij twee jaar geleden advocaat Loonstein in de arm genomen, die volgens hem een uurtarief hanteert van circa 225 euro. De rechter doet op 2 juli uitspraak.