RIJSWIJK - De tippelzones in de Randstad krijgen de rekening gepresenteerd van het prostitutiebeleid van de overheid. Dat stelt Marieke van Doorninck. Zij is verbonden aan de Mr. A. de Graaf Stichting, instituut voor prostitutievraagstukken. De problemen met illegaal werkende migrantenvrouwen zijn de laatste jaren in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zo groot geworden, dat de situatie niet te handhaven is en de gemeenten bekijken of ze de zones rond eind 2005 kunnen sluiten.

Na Rotterdam bekijken ook Amsterdam en Den Haag de mogelijkheden die ze hebben om hun tippelzones op te doeken. Amsterdam neemt daarover waarschijnlijk na de zomer een beslissing. Sinds het bordeelverbod in 2000 verdween uit het Wetboek van Strafrecht, overspoelen sekswerkers die illegaal in Nederland werken de gebieden voor straatprostitutie.

Voor die tijd werden zij gedoogd in bordelen en de raamprostitutie. Sommige tippelzones hebben sindsdien te maken met drie keer zoveel prostituees als waarop ze zijn berekend. Met als gevolg onder meer moordende concurrentie en bodemprijzen, waardoor vrouwen uit de markt worden gedrukt en niet meer kunnen rondkomen.

Straatprostitutie

Zo gauw je buiten deze grote steden komt, gaat het beter in de straatprostitutie. Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Groningen en Heerlen peinzen er bijvoorbeeld niet over de tippelzones af te schaffen. De gemeenten moeten de boel wel meer reguleren met pasjes en vergunningen dan ze van tevoren verwacht hadden, want ook daar komen geregeld illegale vrouwen naartoe. Maar de overlast is voor het grootste deel uit de stad verdwenen.

Groningen

Groningen is een van de gemeenten die een streng tippelbeleid hanteert. Daardoor waaieren prostituees zonder vergunning wel uit naar clubs en escortbedrijven in omliggende gemeenten. Van de Groninger burgemeester Wallage moeten deze gemeenten het beleid beter handhaven.

Het is verder niet per definitie zo dat de problemen het grootst zijn waar de meeste tippelaarsters werken. Zo zijn in Nijmegen circa honderd straatprostituees bekend op de zone, terwijl dat er in Den Haag tussen de 45 en zeventig zijn. Den Haag streeft naar sluiting van de zone achter station Hollands Spoor in 2005 en heeft nog geen alternatieven bedacht. In Nijmegen ligt het gebied deels op het terrein van een middelbare school. De school en de gedoogzone zitten elkaar niet in de weg.

Donker scenario

Onderzoekster Van Doorninck is het met de overheden eens dat er problemen heersen op de tippelzones in de Randstad. "Maar dat ligt niet aan de zones zelf. Het is opvallend met hoeveel gemak de tippelzones worden afgeschaft." Ze schetst een donker scenario dat waarschijnlijk opgaat indien gemeenten de beschermde gebieden opheffen. Er komt weer ongereguleerde straatprostitutie die zich verspreidt over diverse wijken in de stad.

Verder voorziet ze een verslechtering van de gezondheid van de (verslaafde) tippelaarsters, omdat ze uit het blikveld van de hulpverlening verdwijnen. Bovendien zal het geweld tegen sekswerkers weer toenemen, voorspelt Van Doorninck.

Dat Rotterdam, Amsterdam en Den Haag de gebieden voor straatprostitutie wel willen sluiten, getuigt van kortzichtigheid, aldus de onderzoekster. "Die zones zijn niet voor niets ooit opgericht. Ze hebben de afgelopen twintig jaar een groot aantal problemen opgelost. Wij volgen met veel angst de ontwikkelingen."