KANDAHAR - Staatssecretaris Jack de Vries heeft vrijdag met eigen ogen gezien onder welke moeilijke omstandigheden de militairen in Uruzgan hun werk verrichten. Hij is "buiten de poort" van de militaire bases mee geweest op patrouilles in de provinciale hoofdstad Tarin Kowt en in Deh Rawod, zo vertelde hij aan het eind van zijn tweedaags bezoek.

"Goed om te zien hoe donker de nachten zijn, hoe zwaar het terrein en hoe onoverzichtelijk de qala's", zei hij. Volgens De Vries is hij door geen enkele militair aangesproken over onvrede met het rapport naar de incidenten waarbij twee militairen om het leven kwamen en een zwaar gewond raakte door eigen vuur.

"Ik heb wel de gelegenheid geboden. Ze konden het doen." Ook het rapport kwam niet ter sprake. "Het leeft niet meer zo onder militairen. Mensen zijn gewoon professioneel met hun werk bezig."

Rapport

De Tweede Kamer en de vakbonden drongen eerder er op aan dat de minister of de staatssecretaris naar Uruzgan zou gaan om het rapport aan de militairen zelf toe te lichten. Maar volgens De Vries had zijn al eerder geplande reis daar niets mee te maken.

Tijdens zijn bezoek aan Camp Hadrian in Deh Rawod reikte De Vries NAVO-medailles uit aan het peloton waarvan de omgekomen soldaat Wesley Schol en korporaal Aldert Poortema deel hebben uitgemaakt.

Ziekenhuis

Vanaf de militaire basis in Kandahar vlak voor zijn terugtocht zei De Vries onder de indruk te zijn van het werk dat de Nederlanders daar verrichten, hij benadrukte het belang van het opbouwwerk. "Ik ben in het ziekenhuis geweest en heb daar gehoord hoeveel kleine kinderen sterven."

Ook bekeek de staatssecretaris de bouw van een Afghaans mortuarium vlakbij Kamp Holland. Op het opleidingsterrein voor Afghaanse militairen en politiemensen in Tarin Kowt onthulde hij verder een monument voor gevallen Nederlandse en Afghaanse militairen. De commandant van de 4e Afghaanse Brigade, brigadegeneraal Mohamad Sabir was daarbij aanwezig.