ALMELO - Politie en justitie hebben in het onderzoek naar A. de V. zo veel steken laten vallen dat zijn strafvervolging onmiddellijk gestaakt moet worden. Dat betoogde advocaat A. Moszkowicz dinsdag bij de rechtbank in Almelo. Justitie verdenkt De V. (34) van brandstichting op 13 mei 2000 bij het Enschedese vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks.

"Stuitend gebrekkig" noemde Moszkowicz het onderzoek. Volgens hem is justitie vooral over de schreef gegaan bij het onderzoek naar de kleding van De V. en bij de inzet van undercoveragenten in het huis van bewaring waar De V. verbleef.

Ook is de vermeende brandstichter onderworpen geweest aan verhoortechnieken die niet door de beugel zouden kunnen. De politie heeft getracht "langs slinkse wegen" De V. een bekentenis te laten afleggen.

Bekend is inmiddels dat op kleding van De V. sporen van vuurwerk zijn aangetroffen. Het staat echter nog niet vast of die sporen afkomstig zijn van vuurwerk van S.E. Fireworks.

In juni 2000 arresteerde de politie De V. in een andere brandstichtingszaak en nam toen onder meer een sportbroek van hem in beslag. In november vorig jaar veroordeelde de politierechter De V. voor deze zaak tot een voorwaardelijke straf. De kleding is hem nooit teruggegeven - de politie droeg deze buiten medeweten van De V. over aan het team dat de vuurwerkramp onderzocht, waarop onderzoek bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) volgde.

Volgens Moszkowicz is deze gang van zaken tegen de regels, ook al omdat zijn cliënt destijds nog geen verdachte was in de vuurwerkrampzaak.

De rechtbank in Almelo heeft inmiddels laten weten zich te gaan beraden over het verzoek van raadsman Moszkowicz om de strafzaak tegen De V. ongeldig te verklaren. De uitkomst daarvan wordt op 10 januari bekendgemaakt. De president van de rechtbank, G. Stoové wil niet over "een nacht ijs gaan en ruimschoots de tijd nemen om een aantal feitelijke en juridische punten op een rij te zetten."

/DOSSIEREnschede