ROTTERDAM - Plaatsvervangend hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), Th. Bot, heeft geen ontheffing van zijn geheimhoudingsplicht gekregen. Hij kan daardoor niet aangeven hoe zijn dienst precies aan de informatie komt, dat twaalf islamitische mannen zich schuldig zouden hebben gemaakt aan het werven en ondersteunen van strijders voor de jihad, de oorlog tegen de vijanden van de islam. Ook is hierdoor niet te achterhalen, hoe hard die informatie is.

Dit bleek maandag tijdens het begin van het proces van twaalf vermeende terroristen voor de rechtbank in Rotterdam. Het is een tegenvaller voor het Openbaar Ministerie (OM), omdat het verder over weinig direct bewijs in deze zaak beschikt. Justitie verloor maandagochtend ook al een getuigedeskundige. Hij heeft aangekondigd niet te zullen verschijnen.

Justitie verdenkt een deel van de verdachten van het recruteren en voorbereiden van jihad-strijders. Van de overigen vermoedt justitie dat ze zelf zijn opgeleid tot strijder. Net als de eerste terroristenzaak in Nederland tegen vier verdachten eind vorig jaar, heeft het OM in deze zaak aanhoudingen en invallen gedaan, alleen op basis van informatie van de AIVD. In die eerste zaak zijn de vier vermoedelijke terroristen daarom vrijgesproken.

Arrestaties

De rechtbank vond in die zaak dat het OM na het beschikbaar krijgen van de informatie van de AIVD eerst zelf onderzoek had moeten doen, voordat het overging tot de arrestaties. De AIVD geeft namelijk geen inzicht hoe het aan de gegevens komt. Informatie van deze dienst is dus niet te controleren. Omdat Bot in de huidige zaak tegen de twaalf verdachten geen ontheffing van zijn geheimhoudingsplicht krijgt, ziet het er naar uit dat er ook in dit geval weinig inzicht komt in de hardheid van de omstreden AIVD-informatie.

Advocaten

De advocaten van de twaalf verdachten in de zaak van maandag, menen dat er verder geen ander bewijs is. Daarom hebben ze al verschillende keren geprobeerd hun cliënten uit voorarrest te krijgen. De raadslieden menen dat het OM er na een omvangrijk onderzoek weer niet in is geslaagd de beweringen van de AIVD juridisch te bewijzen. De rechtbank in Rotterdam heeft vorige maand desondanks besloten de verdachten in ieder geval tot na het proces in voorarrest te houden. Het proces duurt naar verwachting nog tot mei.