DEN BOSCH - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag in hoger beroep wederom twintig jaar cel en tbs geëist tegen Julien C. voor de moord op de 8-jarige Jesse Dingemans.

Justitie stelt dat C. het jongetje eind 2006 op zijn basisschool in Hoogerheide met voorbedachten rade heeft doodgestoken.

De rechtbank veroordeelde de 23-jarige in augustus voor doodslag tot twaalf jaar celstraf en tbs. De rechter achtte moord niet bewezen omdat volgens hem niet zeker is dat C. het plan had iemand te doden. Zowel justitie als veroordeelde ging in beroep.

Vleesmes

Justitie poogde dinsdag het gerechtshof te overtuigen dat sprake is van moord. C. ging met een vleesmes op zak van huis naar de school en heeft bijvoorbeeld vanwege het verzet van het slachtoffertje alle tijd gehad om zich te bezinnen, betoogde advocaat-generaal J. Brughuis.

Stoornis

C. weigerde mee te werken aan een psychologisch onderzoek van het Pieter Baan Centrum. Op basis van eerdere onderzoeken meent justitie toch dat hij kampt met een persoonlijkheidsstoornis. Daarom is hij verminderd toerekeningsvatbaar en dat maakt een behandeling in een tbs-kliniek noodzakelijk. Brughuis gaf het gerechtshof ook een levenslange celstraf zonder behandeling in overweging.

Sporen

Op basis van sporen en getuigenverklaringen staat voor justitie vast dat C. het is geweest die Jesse op vrijdag 1 december 2006 van het leven beroofde in zijn klaslokaal van de Klim-Op basisschool in Hoogerheide.

Getuigen hebben C. op twee verschillende plaatsen vuilniszakken zien verstoppen die kleding bevatten waarop bloedsporen van Jesse Dingemans zijn gevonden. Verder is een veeg bloed gevonden op een deur in de woning van de moeder en stiefvader van de verdachte.

En in het bloed in het lokaal waar het slachtoffertje werd gevonden, zijn schoensporen aangetroffen die zijn te herleiden naar C.'s schoeisel.

Verdediging

De verdachte voerde dinsdag voor het gerechtsof in Den Bosch zijn eigen verdediging. C. blijft zijn betrokkenheid hardnekkig ontkennen, sprak alle getuigenverklaringen tegen en meent dat hij moet worden vrijgesproken.

Het onderzoek van politie en justitie laat twijfels bestaan, las hij voor uit zijn handgeschreven pleidooi. Bovendien benadrukte C. dat op het gevonden mes geen bruikbare sporen zijn gevonden. Volgens hem is sprake van een juridische dwaling. "Ik zit hier als zondebok." Het hof doet op 26 februari uitspraak.