UTRECHT - Basisscholen en scholen in het speciaal onderwijs hadden in 2006 een eigen vermogen van ruim 2,4 miljard euro. Dat heeft de vakbond voor leraren AOb dinsdag berekend.

Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) blijkt het kapitaal uit de jaarrekeningen. De gemiddelde solvabiliteit, dat is het vermogen om aan schulden te kunnen voldoen, is 60 procent, stelt de bond. Dat is ruim boven de norm van 45 procent.

Tegoeden

Volgens de AOb bestaat het overgrote deel van het vermogen uit tegoeden bij de bank ter waarde van 1,8 miljard euro. Het ministerie van Onderwijs spreekt dat tegen.

Volgens een woordvoerder van staatssecretaris Sharon Dijksma bestaat 0,8 miljard van de 2,4 miljard euro uit bezittingen van de school zoals meubilair, computers en schoolborden en is nog eens 0,8 miljard euro gereserveerd om deze spullen te kunnen vervangen.

Buffer

De laatste tranche van 0,8 miljard is een buffer voor het opvangen van risico's, zoals lekkages of langdurig zieke leraren. Dat komt neer op 500 euro per leerling. Volgens de zegsman "lijkt dat niet overdreven".

Nijdig

De vakbond is nijdig op het ministerie omdat het departement zou weigeren gedetailleerde cijfers openbaar te maken. De bond stapt naar de rechter als de gegevens nog langer uitblijven.

Ook die beschuldiging spreekt het ministerie tegen. 2006 Was het eerste jaar waarover scholen op deze manier hun boekhouding openbaar moesten maken en dat heeft volgens het departement extra tijd nodig gehad.

Geschrokken

De vakbond concludeert dat het ministerie is "geschrokken van de enorme vermogens bij basis- en speciaal onderwijs". Volgens de organisatie zijn de scholen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs de rijkste van Nederland.

In totaal zouden alle scholen samen, dus bijvoorbeeld inclusief middelbare scholen en universiteiten, een vermogen van 9,6 miljard euro hebben. De AOb verzet zich niet tegen alle reserves bij basisscholen, maar vindt wel dat een groot aantal instellingen te veel spaart.