DEN HAAG - De bouw van megastallen brengt bedreigingen met zich mee voor de volksgezondheid. Tegelijkertijd ontstaan er ook kansen voor het verbeteren van zaken als milieu, landschap en de gezondheid en het welzijn van dieren.

Dat blijkt uit analyses die vier adviesorganisaties hebben opgesteld in opdracht van de Tweede Kamer. De bijdragen zijn gebundeld in het rapport Megabedrijven in de intensieve veehouderij. De landbouwspecialisten in de Tweede Kamer nemen de onderzoeksresultaten dinsdagmiddag in ontvangst.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) waarschuwt voor de risico's van de bouw van bedrijven met meer dan 2000 zeugen, 12.500 vleesvarkens, 185.000 kippen of 360.000 vleeskuikens. Bij dergelijke aantallen dieren op één bedrijfslocatie is volgens de adviesorganisaties sprake van een megabedrijf.

Extra voorwaarden

"De ontwikkeling naar megaveehouderijen kan ertoe leiden dat infectieziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn, meer gaan voorkomen", aldus het RIVM. "Deze bedreiging is te verminderen wanneer aan de schaalvergroting extra voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet men denken aan voldoende afstand tussen bedrijven, geen combinatie van varkens en kippen op één locatie en een minimaal gebruik van antibiotica."

"Het stalontwerp en de bedrijfsvoering moeten gericht zijn op een zo klein mogelijk risico op introductie en verspreiding van micro-organismen", vervolgt het instituut. "Gesloten bedrijven, die zoveel mogelijk van start tot slacht op één locatie werken, kunnen verspreiding van infectieziekten voorkomen."

Luchtwassers

Volgens het Milieu- en Natuurplanbureau is er geen sprake van dat megabedrijven het milieu schaden. "Milieunormen dwingen megaveehouders tot toepassing van luchtwassers, waardoor de nationale emissie zelfs licht zal dalen", voorziet het MNP. Met de komst van magastallen verdwijnen daarbij kleinere stallen uit de omgeving van woonkernen en natuurgebieden.

"In de naaste omgeving van nieuwe bedrijven nemen milieuhinder door geur en fijn stof, ammoniakdepositie op natuur en aantasting van het landschap wel toe", omschrijft het MNP de keerzijde van de schaalvergroting. "De voordelen zullen per saldo opwegen tegen de nadelen, mits de dierenaantallen gereguleerd blijven door beleid en oude stallen worden gesloopt."

Mega-goed

Volgens de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) maakt het voor varkens of kippen niet veel uit of ze op een groot of een heel groot bedrijf verblijven. De onafhankelijke adviseurs vinden dat megabedrijven zich geen misstanden kunnen permitteren. "Zij dienen daarbij te streven naar het hoogste ambitieniveau voor diergezondheid en dierenwelzijn: elke mogelijke verbetering moet doorgevoerd worden. Mega-groot moet dus Mega-goed zijn."

Nederland telt op dit moment enkele tientallen megastallen, met een bebouwde oppervlakte van anderhalf tot drie hectare. De panden zijn niet erg hoog, maar wel uitgestrekt in vergelijking met de meer traditionele varkens- en kippenboerderijen.

De adviesorganisaties verwachten dat het aantal megastallen de komende jaren zal toenemen door de voortgaande schaalvergroting.

CDA

Het CDA is blij met het advies over megastallen dat vier adviesorganisaties dinsdag aan de Tweede Kamer hebben uitgebracht. Met gesloten bedrijven is het risico op infectieziekten die van dier op mens zouden kunnen worden overgedragen, kleiner.

"Megabedrijven zijn megabeter", stelde fractiewoordvoerder Ger Koopmans. Dit soort bedrijven vergen megainvesteringen. "De kans op topmanagement is meer dan 100 procent." Maar waar dit soort bedrijven moeten komen, is volgens hem een lokale afweging. "Wij maken niet uit of varkens- en pluimveebedrijven weg moeten uit dorpen of natuurgebieden naar zogenoemde concentratiegebieden."

PvdA

De PvdA is niet tegen megastallen maar vindt dat dit soort bedrijven niet thuishoren op het platteland maar op industrieterreinen. Dit zei dinsdag Tweede Kamerlid Lutz Jacobi. "Met zoveel dieren ben je industrieel."

Het dichtbevolkte Nederland is volgens haar kwetsbaar. "Ik zit er niet op te wachten dat het platteland wordt volgezet met grote bedrijven."

Jacobi noemde het rapport van vier organisaties over megastallen verder "een slap advies" vanwege de beperkte opdracht.