STRAATSBURG - Een Europese waakhond voor de mensenrechten waarschuwt voor groeiende discriminatie van moslims in Nederland. Volgens de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) wint islamofobie in Nederland snel aan terrein.

De afkeer jegens moslims zou sinds 2000 dramatisch zijn gestegen, stelt de ECRI in een dinsdag gepubliceerd rapport. Spanningen zouden zijn gevoed door nationale en internationale gebeurtenissen zoals de radicaalislamitische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten en de moord op Theo van Gogh door een extremistische moslim in 2004.

Geweld

Volgens de ECRI heeft de moslimminderheid steeds vaker te maken met racistisch geweld en discriminatie. Ook zou de groep "buitenproportioneel" het doelwit zijn van veiligheidsmaatregelen. De commissie spreekt van een verontrustende polarisatie tussen de meerderheid en minderheden. De Marokkaanse en Turkse bevolkingsgroepen zouden bijzonder zwaar te lijden hebben onder stigmatisering en vooroordelen.

De commissie ziet ook een stijging van het antisemitisme, vooral bij de jongere generaties. Het woord Jood wordt steeds meer als een belediging gebruikt. Het antisemitisme gaat ook gepaard met het ontkennen van de Holocaust, aldus de opstellers van het rapport.

Rol

Volgens het rapport moet de Nederlandse overheid een leidende rol gaan spelen in het stimuleren van het integratie- en minderhedendebat waarin polarisatie, verbittering en vijandschap tussen gemeenschappen moeten worden vermeden. Ook moet de overheid stappen ondernemen om racistische en xenofobische uitspraken in de politiek tegen te gaan.

Volgens het rapport moet het gebrek aan integratiebereidheid onder de autochtone bevolking in Nederland worden aangepakt door middel van voorlichting en bewustwoordingsmaatregelen.

De ECRI onderzoekt racisme en intolerantie. Zij doet aanbevelingen aan de 47 lidstaten van de Raad van Europa.