BRUSSEL - Nederland heeft het afgelopen jaar de overname van Europese wetten laten versloffen. Was Den Haag altijd een van de snelsten met het aanpassen van de nationale wetten aan de hogere Europese regels, nu zakt het af naar de middenmoters, blijkt uit het maandag gepubliceerde 'scorebord interne markt' van de Europese Commissie.

Europese wetten moeten in nationale wetten worden omgezet en wel binnen een bepaalde termijn. Geen enkel land heeft 100 procent van de EU-regels tijdig 'vertaald'. De Europese regeringsleiders beloven elkaar telkens dat niet meer dan 1,5 procent van de regels te laat mag worden omgezet.

Norm

Vorig jaar haalde Nederland die norm nog, maar dit jaar wordt die niet gehaald. Van de Europese wetten is 2 procent nog altijd niet bijtijds omgezet in een Nederlandse wet. Vorig jaar was dat nog 1,3 procent.

Nederland is niet het enige land dat de zaken op zijn beloop laat. De gemiddelde achterstand voor alle EU-landen is 2,4 procent, tegen 2,1 procent een jaar eerder. Zoals gebruikelijk houden Denemarken, Zweden, Finland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zich het best aan de Europese afspraken. Grote landen als Frankrijk en Duitsland hebben een achterstand van 3 procent of meer.

De Commissie maakt zich vooral zorgen over de achterstand van ,9 procent van Italië. Dat land is vanaf juli voorzitter van de EU, maar geeft met deze score niet het goede voorbeeld. De Europese Commissie kan landen die niet op tijd hun wetten aanpassen, voor de Europese rechter dagen. Momenteel lopen er bijna van zulke procedures. Frankrijk heeft er met 220 de meeste aan zijn broek.