ELDORET - Nederland geeft een miljoen euro extra voor hulp aan de mensen in Kenia die hun huis zijn ontvlucht voor het geweld dat uitbrak na de presidentsverkiezingen in december vorig jaar.

Dat heeft minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking), die sinds donderdag in Kenia is, zaterdag bekendgemaakt na een bezoek aan vluchtelingenkampen in Naivasha in de Riftvallei en Eldoret.

Volgens het Rode Kruis zijn inmiddels duizend mensen door het geweld gedood en zijn honderdduizenden mensen door het geweld hun huis ontvlucht. Het geld komt bovenop de 1,5 miljoen euro die Nederland al eerder gaf aan het Rode Kruis in Kenia.

Verdeling

Van de één miljoen gaat 300.000 euro naar de Flying Doctors van AMREF, die zorg gaan bieden in de sloppenwijk Kibera. De resterende 700.000 euro gaat naar de Stichting Vluchteling, die daarmee basisvoorzieningen kan treffen in de vluchtelingenkampen en kan helpen bij de vrijwillige terugkeer van mensen.

Stichting Vluchteling werkt in Kenia onder meer samen met VN-organisatie UNHCR en het International Rescue Committee.

Rellen

Net als bij veel voorgaande verkiezingen braken na de presidentsverkiezingen op 27 december vorig jaar gewelddadige rellen uit. In 2002, toen president Kibaki voor het eerst aan de macht kwam, vielen daardoor tweehonderd doden. Dit jaar werd echter iedereen overvallen door de aard en het aanhouden van geweld na de door oppositieleider Odinga betwistte verkiezingsuitslag.

Stammenstrijd

Wat begon als een proteststrijd tussen teleurgestelde arme en rijke bevolkingsgroepen, werd gaandeweg een soort stammenstrijd tussen mensen met een Kikuyu-achtergrond (de rijkere stam van president Kibaki) enerzijds en Kalenjins en Luo's (de stam van Odinga) anderzijds.

Koenders

Koenders bezocht zowel een kamp waar overwegend Kikuyu's worden opgevangen als een kamp waar overwegend Luo's en Kalenjins opvang krijgen. In Naivasha ging hij tevens op bezoek bij Nederlandse bloemenkwekers die onlangs zijn bedreigd met plundering of brandstichting als zij hun Luo- of Kalenjin-medewerkers niet ontslaan.

Het resultaat is dat zij deze mensen, die alleen nog maar terugwillen naar de grond van voorouders, lieten gaan.

Ontroerd

Koenders zei ontroerd te zijn door de verhalen van de mensen die in de opvangkampen verblijven en die niet zeker zijn over hun toekomst. Tegelijkertijd is hij onder de indruk van de omstandigheden in het kamp in Eldoret, dat nu vijf weken bestaat. "Hoewel het altijd vreselijk is om in zo'n kamp te wonen, is het in zo'n korte tijd goed georganiseerd en is er een school."

Van de 18.900 mensen die in Eldoret verblijven, zijn er in de afgelopen week 5400 binnengekomen. Alle 2200 kinderen van drie tot twaalf krijgen er onderwijs. De oudste leerling is echter een 88-jarige man. Hij vertelde de minister dat hij al in 2003 naar school ging en nu in groep vijf zit.

Hoop

Koenders sprak de hoop uit dat er een oplossing in Nairobi zal komen, die ertoe zal leiden dat de mensen niet meer in angst hoeven te leven. Hij beseft wel dat het moeilijk zal zijn om het leven weer gezamenlijk op te pakken.