DEN HAAG - Een verbod op het dragen van boerka's, nikabs en bivakmutsen in het openbaar vervoer is onnodig en qua handhaving onwerkbaar.

Dat stelt Mobis, de brancheorganisatie van ov-ondernemingen, donderdag in een brief aan minister Camiel Eurlings van Verkeer.

Discussie

Vrijdag discussieert het kabinet over een verbod op gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer. "Noch voor de sociale veiligheid, noch op het gebied van mogelijk zwartrijden is gezichtsbedekkende kleding momenteel een probleem", aldus Mobis-voorzitter Maarten van Eeghen in de brief waarvan kopieën zijn verstuurd naar de ministers Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken en Ernst Hirsch Ballin (Justitie).

Incidentele gevallen

"In de incidentele gevallen dat een passagier met gezichtsbedekkende kleding reist, volstaat een geldig eenmalig vervoerbewijs (zoals strippenkaart of enkele reis/retourbiljet); bij reizen met een abonnement wordt in voorkomende gevallen om extra legitimatie gevraagd", vervolgt Van Eeghen.

"Een wettelijk boerkaverbod in het openbaar vervoer draagt dus niks bij."

Mobis

Mobis stelt verder dat de ov-bedrijven niet zijn toegerust om een boerkaverbod te handhaven. "De buitengewoon opsporingsambtenaren in het openbaar vervoer zijn alleen gerechtigd de Wet personenvervoer 2000 te handhaven", legt Van eeghen uit.

Mobis hoopt dat het kabinet alsnog afziet van de plannen met het verbod op gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer. Van Eeghen: "Uitvoering en handhaving van een dergelijk verbod leidt tot spanningen waar de sociale veiligheid in het openbaar vervoer niet mee gediend is."