N'DJAMENA - De gevechten in de hoofdstad van Tsjaad, N'Djamena, hebben afgelopen weekeinde zeker 160 levens geëist.

Circa duizend anderen raakten gewond, meldde het Internationale Rode Kruis (ICRC) woensdag.

Rebellen raakten zaterdag verwikkeld in gevechten met troepen die trouw zijn aan president Idriss Déby. Het staatshoofd maakte woensdag bekend dat de opstand tegen zijn regime is bedwongen.

Rode Kruis

"Het Rode Kruis van Tsjaad heeft tachtig lichamen opgehaald een er zijn er nog minstens net zoveel, waarschijnlijk meer", aldus het hoofd van de ICRC-delegatie Thomas Merkelbach.

"De lichamen zijn begraven in twee graven op het kerkhof van N'Djamena. Er waren geen kinderen onder de tot nog toe geborgen lichamen."

Kindsoldaten

Volgens de Franse minister van Defensie, Hervé Morin, die eerder de hoofdstad van Tsjaad bezocht, bevonden zich onder de aanvallers veel kindsoldaten.

Onder de doden van afgelopen weekeinde zijn volgens de hulporganisatie MSF zeker honderd burgers. Bewoners kwamen woensdag voor het eerst in vier dagen tijd hun huizen uit, aldus de Britse omroep BBC.

Vluchtelingen

In N'Djamena raakten talloze huizen beschadigd door de gevechten. Meer dan 20.000 mensen zijn Tsjaad ontvlucht en hebben een veilig heenkomen gezocht in Kameroen en Nigeria.

Déby

President Déby liet woensdag weten dat een deel van de aanvallers is opgepakt, een deel is gevlucht en een ander deel een goed heenkomen zoekt richting Sudan.

"We zitten ze op de hielen en zullen ze te grazen nemen voor ze terug zijn in Sudan", aldus de president.

Aanvalshelikopters

Ooggetuigen meldden hoe aanvalshelikopters opstegen uit de hoofdstad om de opstandelingen te beschieten. De regering van Tsjaad stelt dat het oostelijke buurland achter de opstand zat.