AMSTERDAM - Uit nieuwe cijfers van het CBS blijkt dat in 2000 ongeveer 5,2 duizend personen door een niet-natuurlijke doodsoorzaak om het leven zijn gekomen. Dit is nagenoeg hetzelfde als het jaar ervoor. Het totaal aantal overledenen bedroeg vorig jaar ruim 140 duizend. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 25 overledenen is gestorven als gevolg van een ongeval, zelfdoding of moord of doodslag.

In de verschillende doodsoorzaken zijn wel enkele verschuivingen te zien. Zo zijn er in 1999 ruim 200 mensen méér door een privé-ongeval (zoals bijvoorbeeld een val in huis) om het leven gekomen dan het jaar daarvoor. Ook het aantal slachtoffers van verkeersongevallen is iets gestegen.

De meeste dodelijke ongevallen vinden plaats in de privé sfeer. Het aantal personen dat als gevolg van een privé-ongeval overlijdt is de laatste jaren toegenomen. In 2000 zijn als gevolg daarvan ruim personen overleden. In 1998 kwamen er nog 1900 mensen door een privé-ongeval om het leven.

Veelal betreft het een ongeval in of rond de woning. Vrouwen zijn vaker dan mannen slachtoffers van een dodelijk ongeval in de privé-sfeer. Het betreft vooral vrouwen op hoge leeftijd (80 jaar of ouder). In de meeste gevallen overlijden zij als gevolg van een valpartij. Ook bij kinderen onder de 15 jaar is een ongeval in de privé sfeer de belangrijkste oorzaak van een niet-natuurlijke dood.

Verkeersongevallen

In 2000 overleden ruim 1000 mensen als gevolg van een verkeersongeval. Mannen zijn vaker slachtoffer van een dodelijk verkeersongeval dan vrouwen. Driekwart van de verkeersslachtoffers is van het mannelijk geslacht.

Onder de verkeersslachtoffers zijn jongeren en jongvolwassenen oververtegenwoordigd. Een op de drie verkeersslachtoffers is tussen de 15 en 30 jaar. Het betreft vooral jongens onder de 20 jaar die verongelukten met hun brom- of snorfiets en jonge mannen tussen de 20 en 30 jaar die bestuurder waren van een personenauto.

Zelfdoding vaker door mannen

In 2000 zijn 1,5 duizend personen door zelfdoding om het leven gekomen. Twee derde van hen is man. In de leeftijdscategorie van 30 tot 70 jaar komen meer personen door zelfdoding om het leven dan door verkeersongevallen.

Sinds 1996 is er sprake van een geleidelijke daling van het aantal slachtoffers door zelfdoding, van 12,5 naar 11,6 per 100.000 inwoners.

Bijna 40 procent van de overleden personen heeft het leven beëindigd door verhanging. Zowel bij mannen als vrouwen is verhanging de meest gebruikte methode.

Andere veel voorkomende methodes zijn het innemen van medicijnen en/of alcohol en het voor de trein springen. Relatief evenveel mannen als vrouwen springen voor de trein. Vrouwen nemen twee maal zo vaak als mannen medicijnen en/of alcohol in met een fatale afloop.

Moord of doodslag

Van de 180 dodelijke slachtoffers van moord of doodslag is twee derde man. De helft van de mannelijke slachtoffers is met een vuurwapen om het leven gebracht. Vrouwen komen vaker om het leven door verwurging of een steekwapen.