N'DJAMENA - Rebellen die de Tsjadische hoofdstad N'Djamena dit weekend aanvielen willen alleen een wapenstilstand als president Idriss Deby opstapt, aldus een woordvoerder.

Een daadwerkelijke wapenstilstand lijkt door de voorwaarden onwaarschijnlijk.

Ook beschuldigen de rebellen voormalig kolonisator Frankrijk ervan "een enorm aantal burgerslachtoffers" te hebben gemaakt, aldus de zegsman.

Een alliantie van drie rebellenbewegingen rukte begin vorige week op vanuit het oosten van Tsjaad. In het weekeinde bereikten zij N'Djamena en belegerden het presidentieel paleis, waarbij volgens het Rode Kruis meer dan duizend mensen gewond zijn geraakt.

Slachtoffers

Over het aantal dodelijke slachtoffers is niets bekend. Getuigen meldden lijken in de straten.

De Franse luchtmacht zou volgens de rebellen hebben ingegrepen tijdens het geweld, waarbij veel burgerslachtoffers zouden zijn gevallen.

Frankrijk ontkent te hebben deelgenomen aan gevechten in Tsjaad. De luchtmacht zou "op geen enkel moment" het vuur hebben geopend. Alleen op momenten dat Franse troepen werden aangevallen of in vuurgevechten terecht kwamen is er teruggevochten.

Tussen de 15.000 en 20.000 mensen zijn gevlucht naar buurland Kameroen.

Nederlanders

Zeven van de tien geregistreerde Nederlanders die nog in Tsjaad verbleven, hebben het land verlaten of doen dat dinsdag nog. Voor zover bekend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, resteren daarna nog drie Nederlanders in het gewelddadige Afrikaanse land.

Dat heeft een woordvoerster van het departement dinsdag gezegd. De Nederlanders mogen zelf besluiten of ze weggaan en kunnen dan een beroep doen op de Fransen.

Maandag vertrokken al twee Nederlanders. Twee Nederlanders die nog in Abeché in Tsjaad zitten, worden dinsdagavond in Kameroen verwacht. De andere Hollanders zijn al in Kameroen, waar Nederland een ambassade heeft, of in Gabon.