DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie (OM) wil de voor oorlogsmisdaden veroordeelde Nederlandse zakenman Frans van Anraat voor ruim 2,2 miljoen euro plukken.

Volgens de advocaat van Van Anraat, Peter van Schaik, wordt de zaak hierover bij de rechtbank in Den Haag vrijdag waarschijnlijk nog niet inhoudelijk behandeld.

Het bedrag dat justitie Van Anraat wil afnemen heeft de zakenman volgens het OM ten onrechte verdiend aan het leveren van chemische producten aan het voormalige regime van Saddam Hussein. Dat gebruikte de stoffen van de Nederlander voor het maken van gifgas.

Mosterdgas

Die stof is essentieel bij het maken van het giftige mosterdgas, dat Saddam Hussein in de jaren tachtig op grote schaal inzette tegen de Koerdische bevolking in Noord-Irak. Tienduizenden burgers stierven hierdoor op gruwelijke wijze of raakten zwaargewond.

Ook gebruikte de toenmalige dictator het gas tijdens de oorlog tegen Iran, medio jaren '80. Het gebruik van mosterdgas is internationaal verboden sinds het zogenoemde gasprotocol van Genève uit 1925.

Van Anraat handelde volgens het hof "uit grof winstbejag" en negeerde de gevolgen van zijn handelen volkomen. Ook heeft hij nooit laten blijken dat hij enig besef van schuld had en toonde hij "geen deernis met de zo vele slachtoffers'', constateerden de rechters vorig jaar bij het uitspreken van zijn straf.

Het gerechtshof rekende het de Nederlander toen zwaar aan dat hij jarenlang ladingen TDG aan Irak leverde, terwijl hij wist dat het die stof gebruikte voor de vervaardiging van mosterdgas. Het hof vorig jaar: "Die leveranties stelden het regime in staat hun dood en verderf zaaiende aanvallen gedurende een reeks van jaren onverkort voort te zetten.''

Weinig te plukken

Advocaat Van Schaik meent dat er weinig van zijn cliënt te plukken valt. "Hij heeft toen niet gewerkt als leverancier maar als tussenpersoon en hij zit voorlopig nog vele jaren in de gevangenis vast.''

Overigens vecht Van Anraat de veroordeling van het hof nog aan. Er loopt daarvoor een cassatie bij de Hoge Raad. Dit hoogste rechtscollege van Nederland moet de zaak nog in behandeling nemen, omdat het nog niet over de dossiers beschikt, vertelt Van Schaik.