DEN HAAG - Provincies waar de wachtlijsten in de jeugdzorg blijven oplopen, moeten aan minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin gaan uitleggen hoe dat komt. De minister noemt het zorgelijk dat de verschillen tussen de provincies heel groot zijn.

Dat heeft Rouvoet maandag geschreven aan de Tweede Kamer. Drenthe en de regio Haaglanden weten de wachtlijsten in de jeugdzorg aardig in de hand te houden, in Groningen wachten zelfs steeds minder kinderen op zorg.

Maar vooral Flevoland, Zuid-Holland en Zeeland doen het niet goed. Daar is nog steeds een lange wachtlijst. In het hele land wachten er volgens de meest recente cijfers nu ruim 4000 kinderen langer dan negen weken op jeugdzorg.

Provincies

Rouvoet heeft al een paar keer extra geld uitgetrokken om de wachtlijsten terug te dringen. Daarom wil hij nu weten waarom dit in de ene provincie wel zoden aan de dijk zet en in de andere niet. Provincies die achterblijven, moeten van de minister hun licht gaan opsteken bij provincies die het wel goed doen.

Bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) loopt het beeld ook uiteen. Vier provincies hadden daar op 1 oktober geen wachtlijsten meer, in vijf provincies wachten nog een paar kinderen tot een AMK onderzoek begint. In de provincie Groningen en de regio Rotterdam verdubbelde de wachtlijst voor een AMK. In totaal stonden er 521 kinderen op een wachtlijst.

Vraag

Om niet steeds extra geld in de wachtlijsten te hoeven stoppen, heeft Rouvoet voor 2009 een nieuwe manier van financieren aangekondigd. Provincies moeten het dan doen met het budget dat ze op grond van de verwachte vraag krijgen toebedeeld.