AMSTERDAM/NAIROBI - Artsen zonder Grenzen heeft alle buitenlandse medewerkers uit het Oost-Afrikaanse land Somalië teruggetrokken. Aanleiding is de aanslag maandag op een voertuig van de Nederlandse tak van de organisatie, die aan drie medewerkers het leven kostte.

Dat heeft Artsen zonder Grenzen vrijdag laten weten. De aanslag in Kismayu in het zuiden van Somalië kostte behalve een Keniaanse arts, een Franse logistiek medewerker en een Somalische chauffeur van de organisatie nog twee andere mensen het leven.

De 87 buitenlanders, die betrokken waren bij veertien projecten in heel het Afrikaanse land, zijn teruggetrokken "als teken van respect en vanwege het gebrek aan duidelijkheid over de omstandigheden rond de aanval".

Onaanvaardbaar

Internationaal voorzitter Christophe Fournier noemt de aanval in Kismayu "absoluut onaanvaardbaar en een ernstige schending van de humanitaire hulpverlening, waaraan onze collega's zo waren toegewijd". Voor de Nederlandse tak van Artsen zonder Grenzen werkten twintig buitenlandse medewerkers bij in totaal vier projecten in Somalië. Onder hen zijn vier Nederlanders. De buitenlanders zijn naar de Keniaanse hoofdstad Nairobi overgebracht.

Noodsituatie

De hulporganisatie werkt al zestien jaar onafgebroken in het Oost-Afrikaanse land en biedt nu hulp in elf regio's. De aanslag komt op een moment dat Somalië in een noodsituatie verkeert. Het geweld in het door anarchie geplaagde land neemt toe, De bevolking is massaal op de vlucht en er is te weinig hulp voor de acute medische noden. Honderdduizenden Somaliërs voeren een dagelijkse strijd om te overleven en hebben urgent hulp van de internationale gemeenschap nodig.

In 2007 begon Artsen zonder Grenzen een aantal nieuwe projecten om de medische en humanitaire gevolgen van de huidige strijd op te vangen. Medische teams voerden meer dan 1500 operaties uit, verzorgden 520.000 consulten en lieten 23.000 mensen in een ziekenhuis opnemen.