DEN HAAG - In 2002 zijn 1066 personen om het leven gekomen in het verkeer. Daarmee is het aantal verkeersdoden in vergelijking met een jaar eerder licht gedaald. De grootste daling deed zich voor onder fietsers. Daarentegen is het aantal verkeersdoden onder motorrijders en brom- en snorfietsers flink gestegen.

Dat bleek maandag uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat.

Sinds de jaren zeventig daalt het aantal verkeersdoden jaarlijks gemiddeld met 3 procent, in 2002 is die daling 2 procent. Ruim eenderde van de slachtoffers valt onder voetgangers, fietsers en brom- en snorfietsers. Vooral onder die laatste groep vielen vorig jaar meer doden; met ruim honderd zijn dat er 26 meer dan in 2001.

Uit de cijfers komt bovendien naar voren dat het risico voor een motorrijder om om te komen bij een verkeersongeval bijna vijftien keer groter is dan voor een inzittende van een personenauto.

Het aandeel van jongeren onder de verkeersdoden is verder hoog, ruim 30 procent is tussen de vijftien en dertig jaar. Opvallend in de cijfers is ook dat driekwart van de doden en gewonden valt op wegen met een toegestane snelheid van vijftig en tachtig kilometer per uur.