Ministeries weten niet waarom ze geld uitgeven

DEN HAAG - De rijksoverheid weet onvoldoende waarom ze geld uitgeeft. Het beleidsdoel is vaak niet duidelijk en "niet meetbaar geformuleerd", blijkt uit een rapport van de Algemene Rekenkamer.

De vraag 'wat willen we bereiken met ons beleid' wordt slechts voor 29 procent van de beleidsartikelen in de jaarlijkse begrotingen van de ministeries voldoende of goed beantwoord, concludeerde de Rekenkamer. In een groot deel van de artikelen wordt deze vraag beperkt (47 procent) of zelfs helemaal niet (24 procent) beantwoord.

Rekenkamer

De Rekenkamer vindt dat de begrotingen van de ministeries het afgelopen jaar al wat helderder en doorzichtiger waren dan de jaren ervoor. "Er is een stijgende lijn in het transparant maken van de begrotingen en we zijn optimistisch, maar er is nog steeds behoorlijk wat werk aan de winkel", zei een voorlichtster van de Rekenkamer donderdag.

Het is de bedoeling dat in 2006 alle ministers in hun begrotingen niet alleen geldbedragen en bestemmingen noemen, maar voor elk beleidsterrein ook concreet antwoord geven op de drie 'w-vragen': 'wat willen we bereiken?', 'wat gaan we daarvoor doen?' en 'wat mag het kosten'.

Deze nieuwe manier van begroten bij de rijksoverheid heeft in Den Haag de afkorting VBTB meegekregen, wat staat voor: Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording. Niet alleen de vraag wat willen we bereiken wordt volgens de Rekenkamer slecht beantwoord. Ook is bij 38 procent van de beleidsartikelen niet duidelijk wat gedaan moet worden om een doel te bereiken. Tot slot wordt bij 31 procent een onvoldoende antwoord gegeven op de kostenvraag.

De Rekenkamer concludeerde vorig jaar al dat ministeries in hun begrotingen nog duidelijker hun doelen en de bijhorende kosten moeten aangeven. De Rekenkamer schreef toen al dat dit "een proces van lange adem" is.

Tip de redactie