GENEVE - Zeker 31 mensen zijn om het leven gekomen tijdens de burgeropstand in september tegen het militaire regime in Birma (Myanmar).

Ruim zeshonderd mensen zitten nog altijd gevangen en 74 personen worden vermist. Dat heeft mensenrechtenrapporteur Paulo Sergio Pinheiro van de Verenigde Naties vrijdag laten weten.

Junta

De junta van Birma heeft de dood van vijftien mensen tijdens de onlusten bevestigd, maar Pinheiro zegt dat hij de autoriteiten een lijst met namen van nog zestien mensen heeft gegeven die ook zijn omgekomen.

Pinheiro bracht vorige maand een bezoek aan Myanmar om beschuldigingen van ernstige mensenrechtenschendingen te onderzoeken.

Hij bezocht onder meer de beruchte Insein-gevangenis in Yangon, de belangrijkste stad van het land. Zijn rapport wordt volgende week aan de VN-Mensenrechtenraad gepresenteerd.

Marteling

Volgens Pinheiro worden de mensen die zijn opgesloten onderworpen aan een wrede, inhumane en vernederende behandeling en ook marteling.

"Sinds het neerslaan van de protesten zijn er steeds meer berichten over mensen die in gevangenschap sterven en ook van afranselingen, een gebrek aan water, voedsel en medische voorzieningen in overvolle en onhygiënische detentiecentra in het hele land."

Militairen

De militairen zijn in Birma al sinds 1962 aan de macht. De massale betogingen in september, aangevoerd door boeddhistische monniken, ontketenden een nieuwe golf van repressie in het land, waardoor internationaal weer de aandacht op de aard van het regime werd gevestigd.

Slachtoffers

Volgens de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zijn in september in Yangon zeker twintig mensen om leven gekomen toen ordetroepen het vuur op demonstranten openden.

Het werkelijke dodental is waarschijnlijk een veelvoud. HRW baseert zich op gesprekken met meer dan honderd getuigen.