ZANDVOORT - Joodse oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden krijgen waarschijnlijk een tweede uitkering van het Bureau Maror-gelden. In februari zal het bureau hebben uitgerekend hoeveel geld er nog over is van de in totaal 764 miljoen gulden die de overheid, effectenhandel en verzekeraars ter beschikking hebben gesteld. Daarvan komt circa 525 miljoen op de rekening van particulieren.

De uitkering van 14.000 gulden is bedoeld als tegemoetkoming voor het falende rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog. Tot 31 december kunnen gedupeerden een claim indienen. Als een verzoek is gehonoreerd, komen de indieners automatisch in aanmerking voor deel van het restant, aldus directeur R. Israel.

Tot nog toe zijn ruim 34.000 claims ingediend, waarvan er 32.000 zijn ingewilligd. Zeshonderd verzoeken zijn afgewezen, 1400 nog in behandeling. De resterende vijfhonderd aanvragen zijn goedgekeurd, maar moeten nog uitbetaald worden. Er wordt gerekend op in totaal .000 aanvragen. Momenteel is er nog ongeveer een kleine 80 miljoen gulden in kas.

Het merendeel van de afgewezen verzoeken is afkomstig van mensen die tussen 10 mei 1940 en 8 mei 1945 niet in Nederland hebben gewoond. Dat is een van de criteria om in aanmerking te komen voor de uitkering. "Iedere afwijzing gaat ons aan het hart, want die mensen hebben allemaal veel leed gehad. Maar we moeten ons aan de voorwaarden houden", aldus de directeur.

/NIEUWSJoodse oorlogsslachtoffers krijgen elk 14.000 gulden