DEN HAAG - Bij het leggen van asfalt was in de provincie Noord-Holland bij openbare aanbestedingen vooroverleg tussen acht aannemers gebruikelijk. Dat zei regiodirecteur J. Folkerts van Ballast Nedam Infra maandag voor de parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid.

In de bouw was sprake van de NH8, de Noord Holland 8, bestaande uit KWS, NBM, Ballast Nedam, Vermeer, Koop, Ooms, HBG en Heijmans. De aannemers spraken onderling af wie aan de beurt was voor een bepaald werk.

Volgens Folkerts kenden de aannemers elkaar goed genoeg om in te schatten wie voor een bepaald werk in aanmerking kon komen en die gingen dan onderling vergaderen. Hij zei ook dat degene die aan de beurt was niet vanzelfsprekend het werk kreeg. Bij een openbare aanbesteding bestaat immers de kans, dat nog een andere partij inschrijft.

De regiodirecteur zei dat vooroverleg niet de prijzen opdrijft voor de opdrachtgever. Degene die het werk graag wil hebben kan in het vooroverleg een prijs noemen, die beneden de kostprijs ligt. Maar dat hoeft ook weer niet de prijs te worden waarvoor het werk wordt verricht. De aannemers willen dan dicht bij de raming van de opdrachtgever blijven. Die kunnen ze inschatten op grond van hun ervaring, maar ook afleiden uit stukken zoals de kredietraming van een gemeente.

Het verschil tussen de laagste prijs in het vooroverleg en de prijs die uiteindelijk uit de bus komt, wordt verdeeld tussen de aannemers uit het vooroverleg. Zo bouwen ze een "tegoed" op. Dat "tegoed" is van belang om te bepalen wie de volgende keer aan de beurt is. In acht van de tien gevallen kwamen de aannemers zo onderling tot overeenstemming over het werk, nog voor de openbare inschrijving.