DEN HAAG - De uitspraken van prinses Máxima bij de presentatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over integratie zijn onvolledig geciteerd en uit hun context gelicht.

Máxima heeft nooit gezegd dat "de Nederlandse identiteit niet bestaat". Zij heeft er in veel genuanceerder woorden op gewezen dat de Nederlandse identiteit geen statisch begrip is.

Balkenende

Premier Jan Peter Balkenende heeft dat woensdag gezegd in de Tweede Kamer. Balkenende zei de ophef die over het optreden van Máxima is ontstaan te betreuren. Hij weet die voor een belangrijk deel aan PVV-fractieleider Geert Wilders, die de woorden van de prinses afdeed als "politiek correcte prietpraat". Wilders deed daarmee geen recht aan haar uitspraken, vindt de premier.

Balkenende verzette zich tegen kritiek uit de Kamer dat het kabinet Máxima niet had mogen blootstellen aan de commotie die over haar redevoering is ontstaan. "Leden van het Koninklijk Huis mogen geen speelbal worden van maatschappelijke discussies", stelde Willibrord van Beek (VVD). Volgens Hero Brinkman (PVV) heeft de premier Máxima "laten bungelen".

Toespraak

Maar de premier wees erop dat de tekst van de toespraak van de prinses vooraf is bekeken door hemzelf en twee andere ministers. Ze bevatte volgens hem geen kwalificaties waarin het kabinet zich niet kan vinden. Balkenende zei het eens te zijn met CDA-Kamerlid Wim van de Camp, die vindt dat niet te "angsthazig" omgegaan mag worden met uitspraken van leden van het Koninklijk Huis.

De premier suste woensdag ook de onrust die is ontstaan over de gestegen uitgaven van het koningshuis. Die nemen toe van 83 miljoen euro in 2005 tot 113 miljoen volgend jaar. Volgens Balkenende is die stijging vooral het gevolg van tijdelijke factoren, zoals de renovatie van het paleis op de Dam en de toegenomen kosten voor de beveiliging.

Helderheid

Balkenende beloofde wel in de toekomst meer helderheid te verschaffen over de uitgaven voor het Koninklijk Huis. Die zijn nu nogal versnipperd over diverse begrotingen. Een Kamermeerderheid zegt op dit moment de uitgaven onvoldoende te kunnen beoordelen.