DEN HAAG - De wederopbouwinspanningen bij vredesmissies zijn te weinig, te laat, te kort en te versnipperd voor de landen waar het om gaat.

Dat stelt professor Joris Voorhoeve in een studie voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die maandag is aangeboden aan de ministers Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) en Ernst Hirsch Ballin (Justitie).

Nadruk

Volgens Voorhoeve ligt bij vredesoperaties de nadruk nog steeds te veel op militaire en economische maatregelen in plaats van een snelle opbouw van politie en justitie. In twee derde van de landen die een burgeroorlog of gewone oorlog hebben meegemaakt, breekt de strijd binnen tien jaar opnieuw uit.

De oud-minister van Defensie vindt dat daar een taak voor de Europese Unie ligt. De unie is in principe de grootste geldschieter voor ontwikkelingssamenwerking, vredesopbouw en herstel van de rechtsorde. Maar zij maakt die roeping niet waar.

Om doeltreffender te worden zijn snellere besluitvorming en een efficiëntere manier van werken nodig. De lidstaten moeten beter samenwerken. Nu spelen nationale belangen een te grote rol.

Vredesopbouw

Nederland zou in Den Haag een centrum voor vredesopbouw op kunnen richten, waar bestaande instellingen grote bijdragen aan kunnen leveren. Verder pleit Voorhoeve voor meer inzet van niet-westerse en vooral ook islamitische landen bij vredesmissies.

Over de kosten van vredesmissies merkt hij op dat die veel minder bedragen dan wordt gedacht. Als de wereld een grote missie in het leven zou roepen en negen blauwhelmoperaties die tien jaar duren om in totaal 100 miljoen mensen te bereiken, zou dat jaarlijks drie procent kosten van alles wat nu wordt uitgegeven aan militaire en ontwikkelingshulp.

Voorhoeve

Voorhoeve, momenteel hoogleraar internationale veiligheidsstudies aan de Nederlandse Defensie Academie en internatinale organisaties aan de Universiteit Leiden, verklaarde in mei al dat Nederland de missie in Uruzgan na augustus 2008 niet zou moeten verlengen.

Hij waarschuwde toen voor een "missie zonder einde" en een situatie zoals het drama van Srebrenica in 1995, toen hij minister was. Juist toen Voorhoeve na veel moeite aflossing had gevonden voor Dutchbat in Bosnië, zetten de Serviërs de aanval in.

In mei zei de oud-minister al dat Nederland zich moest richten op het opbouwen van de rechtsorde in Afghanistan: politie, justitie en gevangenissen. "Dat is een uitvoerbare missie, die past bij de Nederlandse traditie."