BAGDAD - In Bagdad is dinsdag het proces begonnen tegen vijftien voormalige leden van het regime van Saddam Hussein die worden beschuldigd van het neerslaan van de sjiitische opstand in het zuiden van Irak in 1991. Dat meldde de BBC.

Onder de verdachten is Saddam Husseins neef Ali Hassan al-Majeed, die ook bekend is onder de bijnaam Ali Chemicali. Hij is net als twee andere verdachten in een ander proces ter dood veroordeeld wegens zijn aandeel in het neerslaan van de Koerdische opstand in 1987 en 1988.

De opstand in het sjiitische zuiden had plaats in de nasleep van de bevrijding van Koeweit door een internationale troepenmacht, nadat het Golfstaatje was bezet door Iraakse troepen. Aanhangers van Saddam Husseins almachtige Baathpartij vluchtten en masse uit het gebied.

George Bush sr

Het leger sloeg de opstand kort daarop keihard neer. De veiligheidstroepen vermoordden tienduizenden mensen. De toenmalige Amerikaanse president George Bush sr. had de Irakezen opgeroepen in opstand te komen, maar kwam ze niet te hulp toen het Iraakse leger ingreep.

Door het uitblijven van Amerikaanse steun kon het Iraakse leger helikopters inzetten om de rebellie de kop in te drukken. Daarbij spaarden zij de voor sjiieten heilige steden Najaf en Karbala niet. Tanks reden rond met spandoeken waarop stond: 'Na vandaag geen sjiieten meer'.

Saddam Hussein

Bush heeft nadien verklaard te hebben gehoopt dat de volksopstand tot de val van Saddam Hussein zou leiden. Hij wilde echter niet dat het zou resulteren in het uiteenvallen van het land. In het sjiitische zuiden bleef het gevoel lang hangen verraden te zijn door de Amerikanen.

De vijftien verdachten staan terecht wegens misdaden tegen de menselijkheid. De aanklagers gaan ervan uit dat de opstand in de zuidelijke provincies aan zeker 100.000 mensen het leven heeft gekost. Het Iraakse Hoge Straftribunaal zal meer dan negentig getuigen horen.