DEN HAAG - Oud-premier Kok heeft 'met verbazing kennis genomen' van de aangifte die prinses Margarita en haar man Edwin de Roy van Zuydewijn tegen hem hebben gedaan. "Voor de verwijten die mij daarin worden gemaakt, is geen enkele grond aanwezig", stelt Kok in een korte verklaring die dinsdag via de Rijksvoorlichtingsdienst naar buiten is gebracht.

Advocaat J. Pen van De Roy van Zuydewijn heeft laten weten dat het paar aangifte heeft gedaan bij het Openbaar Ministerie in Amsterdam tegen Kok en de oud-ministers De Vries (Binnenlandse Zaken) en Zalm (Financiën). Zij worden beschuldigd van valsheid in geschrifte, schending van het ambtsgeheim, oplichting en ambtsdwang.

In zijn korte verklaring verwijst Kok voor het overige naar de brief die premier Balkenende maandagavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd over de kwestie-Margarita. In die brief stelt Balkenende onder meer dat er niets onrechtmatigs is gebeurd. De reactie van oud-minister De Vries was nog korter: "Ik heb daarvan kennis genomen", was het enige wat hij kwijt wilde. Zalm had al eerder laten weten dat zijn ministerie volgens de procedures heeft gehandeld.

De aangifte heeft onder meer betrekking op het BVD-onderzoek dat naar De Roy van Zuydewijn is ingesteld voor zijn huwelijk met Margarita. Diverse ministeries hebben in de vorige kabinetsperiode tegenover de prinses en haar man ontkend dat er een BVD-onderzoek heeft plaatsgehad. Vorige week bood het huidige kabinet daarvoor zijn verontschuldigingen aan.