ZAMBOANGA - Duizenden mensen op het Filipijnse eiland Jolo zijn hun huizen ontvlucht uit angst voor nieuw geweld tussen het leger en islamitische rebellen. Door gevechten kwamen daar eerder deze week bijna zestig mensen om, onder wie 26 militairen.

In de omgeving waar de gevechten donderdag plaatsvonden, zijn meer dan tienduizend mensen op de vlucht geslagen. De lokale autoriteiten hebben gevraagd om voedsel, medicijnen en dekens om de stroom vluchtelingen te kunnen helpen.

Filipijnse commando's landden zaterdag op het afgelegen eiland in het zuiden van de archipel. De versterkingen gaan jacht maken op een groep van ongeveer vijfhonderd islamitische strijders.

Rebellen

Onder deze rebellen bevindt zich een kleine groep extremisten die banden zou hebben met het terreurnetwerk Jemaah Islamiyah (JI).

De opstandelingen zouden lid zijn van het Moro Nationaal Bevrijdings Front (MNLF), een islamitische groepering die in 1996 vrede sloot met de hoofdzakelijk uit katholieken bestaande regering in Manilla. Zij namen naar eigen zeggen de wapens weer op nadat het leger een van de leiders had gedood.

Gewelddadig

Ook Abu Sayyaf zou betrokken zijn bij het jongste geweld. Deze groepering geldt als de meest gewelddadige van Zuidoost-Azië. Volgens het leger bevinden zich ook de Indonesische militanten Dulmatin en Umar Patek zich in het gebied.

Zij worden medeverantwoordelijk gehouden voor de aanslagen van 2002 op het vakantie-eiland Bali, waardoor ruim tweehonderd mensen omkwamen.