AMSTERDAM - Het strafproces tegen de 33-jarige Volkert van der G., verdacht van de moord op Pim Fortuyn, zal niet in zijn geheel op televisie worden uitgezonden. De rechtbank in Amsterdam heeft bepaald dat slechts delen van het proces kunnen worden uitgezonden. Volkert van der G. mag niet in beeld worden gebracht.

Voor uitzending komen de beginfase van het proces op 27 maart en de slotfase op, volgens de planning, 1 april in aanmerking. Op 27 maart zal dat zijn: de opkomst van de rechtbank, de voordracht van de aanklacht door officier van justitie J. Plooy en een beperkt overzicht van de feiten, gegeven door de rechtbank.

Slotbetoog wel op televisie

Op 1 april mogen het slotbetoog (requisitoir) van officier Plooy en de pleidooien van de advocaten van Van der G. worden gefilmd. Dit geldt ook voor de reacties van deze procespartijen op elkaars betogen, de zogeheten repliek en dupliek. Het laatste woord van de verdachte - het gebruikelijk slotakkoord van een strafproces - mag niet worden gefilmd.

De tussenliggende en niet voor uitzending in aanmerking komende gedeelten van het proces, op 31 maart, bestaan uit een voortgezette behandeling van de feiten en van de persoonlijke omstandigheden van Van der G. Daaronder valt ook de bespreking van het rapport van het Pieter Baan Centrum, de observatiekliniek van justitie die Van der G. momenteel onderwerpt aan een gedragskundig onderzoek. Het is vooralsnog onbekend of de rechtbank ter zitting getuigen dan wel getuige-deskundigen zal horen.

Proces vertraagd uitgezonden

Het Nederlands Omroepproductie Bedrijf filmt de delen van het proces waarvoor toestemming is verleend. De opgenomen beelden worden met vertraging vrijgegeven, om er eventueel privacygevoelige onderdelen uit te kunnen halen, aldus een woordvoerster van de rechtbank.

Fotografen niet toegestaan

In de zittingszaal worden op geen enkel moment fotografen toegelaten. Opmerkelijker is dat ook tekenaars niet welkom zijn. Zij maken doorgaans tekeningen van verdachten in de zittingszaal. Volgens een van Van der G.'s advocaten, B. Böhler, heeft haar cliënt te kennen gegeven op geen enkele manier in beeld te willen, dus ook niet middels een tekening.

Böhler zegt te kunnen leven met de mogelijkheden die de rechtbank de tv heeft gegeven. "Wij zijn blij dat de rechtbank niet verder is gegaan dan de richtlijn die hiervoor geldt. Dat neemt niet weg dat wij liever helemaal geen camera's in de rechtszaal hadden gehad, omwille van de rust in het proces.".