DEN HAAG - De Provinciale Statenverkiezingen zijn weinig populair onder de Nederlandse kiezer. Steeds minder mensen lijken bereid om hun stem uit te brengen. Op 11 maart gaan de stembureaus weer open, maar ook nu zullen de kiezers er de deur niet plat lopen, zo vreest oud-voorzitter F. Korthals Altes van de Eerste Kamer.

De reden is wat hem betreft heel simpel. "Het spreekt niet aan, de onderwerpen zijn te abstract en de mensen weten vaak niet wat de provincies nu precies doen", somt Korthals Altes op.

Stevige campagnes

Een remedie tegen dit hardnekkige probleem zijn stevige campagnes van de politieke partijen, denkt hij. "Maar geen enkele partij heeft daar, na twee Tweede-Kamerverkiezingen, nog geld voor." Zonder gevulde campagnepot geen campagne, en zonder campagne nagenoeg geen belangstelling van de media, vreest hij. En zo komt de burger natuurlijk nooit te weten wat hij mist.

Invloedrijk

Toch is de provincie redelijk invloedrijk, zeker met ontwikkelingen op de lange termijn. Bovendien bepalen de provincies direct de kleur van de Eerste Kamer: op 26 mei kiezen de nieuwe leden van de Provinciale Staten de 75 senatoren. En de senaat toetst de komende vier jaar alle besluiten van de Tweede Kamer.

46 procent

Bij de laatste provinciale verkiezingen in 1999 ging minder dan de helft (46 procent) van de Nederlanders stemmen. Vooral stedelingen lieten het afweten. Het slechtst scoorden de bewoners van Noord- en Zuid-Nederland met 42 procent. De Friezen scoorden met 54 procent het best. In 1995 waagde nog 52 procent van de kiezers de gang naar de stembus.

De Tweede-Kamerverkiezingen kunnen doorgaans op de meeste belangstelling rekenen van kiezers. De laatste keer, dit jaar dus, was de opkomst 80 procent. Voor de gemeenteraadsverkiezingen is 58 procent van de kiezers bereid even de deur uit te gaan om te stemmen en voor het Europese Parlement 30. "Brussel lijdt een beetje aan dezelfde kwaal als de provincies", weet ook Korthals Altes. "Het leeft niet."

Een oplossing voor de ogenschijnlijke onzichtbaarheid van de provincies ziet Korthals Altes zo gauw niet. "Het is niet mogelijk om wat taken over te hevelen van het Rijk naar de provincie om het allemaal wat aantrekkelijker te maken." Het wordt wat hem betreft dus eenvoudigweg hopen op betere tijden.