BOGOTA - Felle gevechten tussen rechtse paramilitairen van de Unie van Zelfverdediging (AUC) en linkse rebellen van Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) hebben afgelopen week in het noordwesten van Colombia tussen de 150 en tweehonderd mensenlevens geëist. Dat heeft de burgemeester Ricardo Victoria van de plaats Riosucio verklaard.

De lichamen werden ontdekt drijvend in de rivier die door het stadje loopt. Een onafhankelijke bevestiging van de slachting door hulporganisaties of de autoriteiten is er niet.

De strijd in de regio Choco, zo'n 800 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Bogota, begon zaterdag. Honderden plattelandsbewoners zijn sindsdien voor het geweld op de vlucht geslagen.

De doden zijn volgens burgemeester Victoria geen burgers, maar allen slachtoffers uit een van de twee strijdende partijen. Volgens hem vielen de rebellen van de FARC de paramilitairen van de UAC aan vanwege hun strategische positie in de jungle bij de Panamese grens. De UAC houdt deze plek al jaren bezet om wapens vanuit Panama naar Colombia te smokkelen.

Langste gewapende conflict

De burgeroorlog in Colombia duurt nu al 37 jaar en is daarmee het langste gewapende conflict in Latijns-Amerika. Vredesoverleg van de Colombiaanse regering met de verschillende linkse guerrilla's en ultrarechtse paramilitairen hebben tot nu toe niets opgeleverd. Sinds 1964 hebben de gevechten in het Zuid-Amerikaanse land aan meer dan 120.000 mensen het leven gekost. Twee miljoen mensen zijn van huis en haard verdreven. Jaarlijks worden gemiddeld 3000 Colombianen ontvoerd.