KIGALI - Rwanda heeft de doodstraf afgeschaft, ook voor genocide. Met de stap is het belangrijkste obstakel uit de weg geruimd voor uitlevering van verdachten van de Rwandese volkenmoord van 1994 aan het Afrikaanse land.

De Rwandese minister van Justitie, Tharcisse Karugarama, maakte dat donderdag bekend. Wegens de doodstraf weigerde het internationale Rwanda-Tribunaal, dat is gevestigd in het buurland Tanzania, verdachten in Rwanda te laten berechten. Door de afschaffing van de doodstraf kan het hof van de Verenigde Naties minder belangrijke zaken doorverwijzen naar Rwandese rechtbanken.

Het tribunaal wil worden ontlast omdat het de bedoeling is dat eind volgend jaar alle strafzaken zijn afgerond, veertien jaar na de oprichting van het hof. De VN schatten dat tijdens de genocide, die enkele weken duurde, 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's door radicale Hutu's werden afgeslacht.

Levenslang

Van ongeveer zeshonderd Rwandezen die door Rwandese rechtbanken voor hun betrokkenheid bij de massamoord tot de doodstraf waren veroordeeld, wordt de straf omgezet in levenslang.

Een week geleden nog hielden de Franse autoriteiten twee Rwandezen aan die werden gezocht door het Rwanda-Tribunaal. Het hof verdenkt de katholieke priester Wenceslas Munyeshyaka (48) ervan dat hij eigenhandig tal van Tutsi's vermoordde en jonge Tutsi-vrouwen verkrachtte. Ook zou hij de gewelddadige Hutu-militie Interahamwe bij het opsporen van Tutsi's hebben geholpen.

Laurent Bucyibaruta (geboren in 1944) riep volgens de tenlastelegging als prefect van Gikongoro in het openbaar op tot genocide. Ook deed hij volgens de VN-aanklagers mee aan de organisatie van de massamoord.