AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) handhaaft in het hoger beroep de strafeis van vijf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor 'wonderbelegger' René van den Berg. De Hilversumse tennismecenas en oud-valutahandelaar werd in augustus vorig jaar tot vijf jaar cel veroordeeld voor frauduleuze beleggingspraktijken. Hij zit al twee jaar vast.

Donderdag boog het gerechtshof in Amsterdam zich voor de tweede dag over het hoger beroep dat Van den Berg tegen het vonnis aantekende. Van den Berg zegt niet schuldig te zijn aan witwaspraktijken en oplichting.

Gewin

Hij ontkent uit persoonlijk gewin te hebben gehandeld, zoals de rechter eerder oordeelde. Van den Berg had een soort beleggingspiramide opgebouwd waarin volgens de curator ruim 127 miljoen euro omging.

De raadsman van Van den Berg bestrijdt dit. "Het breed uitgemeten benadelingsbedrag van 127 miljoen euro is onjuist en deze grondslag voor de veroordeling tot vijf jaar door de rechtbank kan niet meer gelden", bepleitte advocaat Cees Korvinus. De raadsman vindt dat de straf van Van den Berg beperkt moet worden tot de twee jaar die hij nu heeft gezeten, al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke straf.

Bankafschriften

Uit bankafschriften blijkt dat er 85 miljoen euro is ingelegd waarvan 79 miljoen euro is uitgekeerd en 6 miljoen niet meer te traceren is. Maar daarbovenop zouden ook grote hoeveelheden contant geld bij Van den Berg en zijn tussenpersonen zijn binnengekomen.

Ruim 1400 beleggers zeggen gedupeerd te zijn door de Hilversummer. Van den Berg en tussenpersonen haalden het geld op en stelden hoge rendementen in het vooruitzicht. In de praktijk betaalde hij bestaande deelnemers met de inleg van nieuwe beleggers.

Rendementen

Tot maart 2005 betaalde Van den Berg de rendementen uit, maar in die maand viel het piramidespel om. Van den Berg ging persoonlijk failliet evenals zijn belangrijkste ondernemingen.

De rechtbank achtte hem vorig jaar schuldig aan alle aanklachten van het OM, te weten oplichting, bedrieglijke bankbreuk, overtreding van de Wet toezicht kredietwezen en het medeplegen van witwassen en valsheid in geschrifte. De opgelegde straf was conform de eis van de officier van justitie.

Uitspraak

Het gerechtshof doet op vrijdag 20 juli uitspraak.