ARNHEM - De rechtbank in Arnhem heeft donderdag heropening bevolen van de strafzaak tegen elf boeren die actievoerden in Kootwijkerbroek tijdens de mond- en klauwzeercrisis twee jaar geleden.

De rechtbank wil meer informatie over de rol van het Openbaar Ministerie (OM) bij beloften aan de boeren dat zij niet vervolgd zullen worden voor de gijzeling en bedreiging van medewerkers van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en een dierenarts.

Dat heeft de rechtbank in Arnhem donderdag per tussenvonnis bepaald. Tegen de vier boeren was 240 uur werkstraf en een voorwaardelijke straf van negen maanden geëist. Ze protesteerden tegen de ruiming van vee op boerderijen in de omgeving omdat zij van mening waren dat daar geen MKZ heerste.

Politie-onderhandelaar Verheggen zou op 29 maart 2001 in Kootwijkerbroek de bewuste toezegging hebben gedaan. Later zou dit nog eens zijn herhaald door burgemeester Burgering van Barneveld. De boeren vinden dat justitie haar belofte heeft geschonden.

Extreme omstandigheden

Volgens de rechtbank zijn de toezeggingen op zich niet bindend omdat zij gedaan zijn onder extreme omstandigheden: de veiligheid van de gegijzelde RVV'ers en een dierenarts kwam in het geding. De rechtbank wil de zaak evenwel pas verder behandelen als het OM duidelijk heeft gemaakt of de toezeggingen van de politie-onderhandelaar met instemming van het OM zijn gedaan.

Daarnaast moet het OM uitleggen waarom het vijftien maanden heeft geduurd voordat het politie-onderzoek begon. De late start van dit onderzoek kan volgens de rechtbank mogelijk worden gezien als een bekrachtiging van het OM om de boeren niet te vervolgen. Voor het heropenen van het onderzoek en het horen van getuigen heeft de rechtbank de strafzaak terugverwezen naar de rechter-commissaris.

In totaal stonden twaalf boeren terecht. De rechter sprak één boer vrij wegens gebrek aan bewijs.