DEN HAAG - Voor het Joegoslavië-Tribunaal is maandag het proces begonnen tegen Rasim Delic (58). Hij was van juni 1993 tot het einde van de oorlog in Bosnië in 1995 de legerleider van de moslimpresident Alija Izetbegovic.

Hoofdaanklaagster Carla Del Ponte van het VN-hof in Den Haag houdt Delic medeverantwoordelijk voor misdaden van ondergeschikten, zoals moord, marteling en verkrachting. Bij sommige incidenten die in de tenlastelegging zijn beschreven, werden Serven of Kroaten bij tientallen tegelijk vermoord.

Daders

De daders waren vaak moedjahedien, moslimstrijders uit andere islamitische landen. Die zouden soms gevangen Serven hebben onthoofd.

Andere Serven die in het kamp Kamenica gevangen zaten, werden gedwongen het afgesneden hoofd van een vermoorde Serf te kussen, aldus de aanklacht.

Misdaden

Delic is aangeklaagd volgens het principe van de commandantenverantwoordelijkheid omdat hij volgens Del Ponte niet genoeg heeft gedaan om misdaden van ondergeschikten te voorkomen en te straffen.

Delic, die zich vrijwillig aan het tribunaal heeft overgegeven, zegt onschuldig te zijn.