BONN/KABUL - Het akkoord over een interimbestuur voor het door oorlog verwoeste Afghanistan is woensdag internationaal als 'een historische eerste stap' bejubeld. De tijdelijke en etnisch verschillende bestuurders nemen per 22 december de macht formeel over in een land waar nog altijd hard wordt gevochten en waar de noodlijdende bevolking massaal is gevlucht of ontheemd.

De strijd rond het Talibanbolwerk Kandahar is nog altijd niet gestreden en Osama bin Laden en zijn trawanten zijn nog altijd niet gevonden. Zeker buiten de steden zorgen gevluchte en ondergedoken Taliban en buitenlandse huurlingen samen met ordinaire bandieten en smokkelaars voor een groot gevaar.

In veel plaatsen woedt bovendien een bestuurlijke machtstrijd tussen de verschillende etnische facties binnen de Noordelijke Alliantie. De nieuwe regeerploeg wacht dus een ongekend zware taak, waarbij de Verenigde Naties naar eigen opgave een flinke rol krijgen.

De volkerenorganisatie moet onder meer helpen bij de voorbereidingen van verkiezingen en moet bovendien de noodzakelijke hulpgelden nu gaan genereren. De VN behoudt zich ook het recht voor mensenrechtenschendingen te onderzoeken.

Sleutelposten

De deelnemers aan de Afghanistan-conferentie in Bonn tekenden woensdag na negen dagen van overleg een akkoord over de nieuwe regering. De 44-jarige etnische Pathaan Hamid Karzai wordt, zoals verwacht, premier van de regering. De Noordelijke Alliantie krijgt een aantal sleutelposten.

Het overgangsbestuur zal Afghanistan internationaal vertegenwoordigen en aan de macht blijven tot een traditionele raad van stamoudsten en prominente geestelijken, de zogeheten Loya Jirga, bijeen wordt geroepen. De Loya Jirga moet de interimregering een duidelijker structuur geven. De verwachting is dat er op zijn vroegst in 2004 verkiezingen kunnen worden gehouden.

/NIEUWSAkkoord over nieuwe regering Afghanistan