AMSTERDAM - Pim Fortuyn wilde ook oud-premier Kok, voormalig Pvda-fractievoorzitter Melkert en oud-fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks laten vervolgen wegens aanzetten tot haat. Dat schrijft het advocatenduo O. Hammerstein en G. Spong in hun boek 'Vervolg ze tot in de hel' dat dinsdag verschijnt.

Het boek met als ondertitel 'de haat-zaai aangifte van Fortuyn' beschrijft de aanklacht tegen enkele politici en journalisten die volgens hen hebben aangezet tot haat tegen Fortuyn. Hammerstein en Spong raadden de voormalig LPF-leider af ook Kok, Melkert en Rosenmöller aan te klagen. De advocaten meenden een sterkere zaak te hebben door zich te beperken tot degenen die nazi-vergelijkingen hadden gemaakt.

Op 13 mei, een week na de moord op Fortuyn, deden de advocaten aangifte tegen de politici De Graaf (oud-fractievoorzitter D66), Eenhoorn (partijvoorzitter VVD) en PvdA'er Oudkerk wegens het aanzetten van haat op grond van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht. De columnist M. van Dam (Vara en de Volkskrant) en de journalisten M. Verkamman (Trouw), P. Storm (De Socialist), de hele redactie van NRC Handelsblad en een aantal personen dat verantwoordelijk is voor websites kregen dezelfde aanklacht aan hun broek.

OM: 'Geen aanleiding tot vervolging'

Het Openbaar Ministerie in Rotterdam zag geen aanleiding tot vervolging over te gaan. Volgens de hoofdofficier van justitie was er in deze gevallen geen sprake van aanzet tot haat of discriminatie. Hammerstein en Spong zijn tegen de weigering in hoger beroep gegaan. Dat dient komend voorjaar achter gesloten deuren voor het gerechtshof in Den Haag.

De advocaten proberen in het boek aan te geven waarom een oordeel van de rechter in deze zaak gewenst is. Zij doen dat aan de hand van officiële documenten, waaronder een aantal aangiftes en de correspondentie tussen het advocatenduo en de Deken van de Orde van de Advocaten.

'Politici zijn niet vogelvrij'

Hammerstein en Spong stellen dat de grenzen voor politici op het terrein van het recht op vrijheid van meningsuiting weliswaar ruimer liggen, "maar dat betekent niet dat zij vogelvrij zijn en zich maar alles moeten laten welgevallen", schrijft Spong. Fortuyn zelf vond de nazi-vergelijking grensoverschrijdend.