DEN HAAG - Een voor het ministerie van Onderwijs vernietigend rapport van de Algemene Rekenkamer kan de inleiding zijn voor de eerste parlementaire enquête over onderwijs. Geschokt door de woensdag verschenen resultaten van het onderzoek naar fraude bij hogescholen en andere onderwijsinstellingen, legde de Tweede Kamer het zwaarste middel klaar, waarover het parlement beschikt.

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat er een parlementair onderzoek komt naar de bekostiging van het hoger onderwijs. PvdA, D66 en de VVD schermen met een enquête, waarbij getuigen onder ede kunnen worden gehoord. Andere partijen steunen in ieder geval een parlementair onderzoek. Alleen het CDA meent dat het onder zware kritiek verkerende departement het onderzoek, zij het onder toezicht van externe deskundigen, moet voortzetten.

De Rekenkamer constateerde dat in het onderzoek van het ministerie de onderste steen niet boven is gebracht. Daarom kan de Rekenkamer niet aangeven hoeveel de hogescholen, universiteiten en instellingen van middelbaar beroepsonderwijs ten onrechte hebben ontvangen. De informatie die de instellingen daarvoor in het zelfreinigend onderzoek verstrekten, gaf daartoe onvoldoende houvast.

Het college oordeelt hard over het gebrek aan toezicht van het ministerie. De plannen ter verbetering op dit vlak hebben geen effect gehad, maakt het onderzoek duidelijk. Op signalen van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegeld werd in de onderzochte periode (1996 - 2001) niet adequaat gereageerd, stelt het rapport. "Beleidsdirecties en de departementale accountantsdienst tonen weinig interesse." De Rekenkamer stelt dat het goed is in plannen maken, maar slecht is in risicoanalyse en uitvoering.

77 miljoen

De Rekenkamer vindt dat duidelijk moet worden welke scholen ernstig over de schreef zijn gegaan. Volgens een eigen schatting van het ministerie hebben instellingen 77 miljoen euro onterecht ontvangen. Maar de Rekenkamer voorziet dat dat bedrag hoger is, als het onderzoek wordt voortgezet. Van driekwart van de instellingen is nog onduidelijk of zij over de schreef zijn gegaan.

Staatssecretaris Nijs (Onderwijs) wil het geld bij de hogescholen terughalen als zij kan bewijzen dat er fraude is gepleegd. Ook wil de VVD-bewindsvrouw strenger gaan controleren of het hoger onderwijs de regels wel naleeft. Daarvoor komt Nijs binnen een maand met een plan van aanpak.

De bewindsvrouw wacht in spanning op de motieven van het Openbaar Ministerie om vijf aanklachten van fraude te seponeren. Ze wil weten waarom alleen Saxion Hogescholen wordt vervolgd. "Wat moeten wij nu vinden van de Vlaamse carrousel en de spookstudenten waarvan werd gesproken?"

Nijs onder vuur

Een aantal partijen ergerde zich aan de opvatting van Nijs dat het niet de bedoeling van het onderzoek was het misbruik van alle instellingen boven water te krijgen. "We wilden weten hoe instellingen met die regels omgaan. Wij hebben nu een goed overzicht. Dat was ons doel en dat is bereikt."

Dat viel vooral verkeerd bij de PvdA en D66, die er op wezen dat de toenmalige minister Hermans, partijgenoot van Nijs, vanaf het begin echt fraude-onderzoek op het oog had. "Het wekt de indruk dat het de bewindslieden niet zo veel kan schelen", zei het Tweede-Kamerlid Van der Laan (D66). "Ik vind dat schokkend." Haar collega Hamer (PvdA) had de indruk dat de zaak op het ministerie niet zo serieus werd genomen. De PvdA vreest dat het misbruik van subsidiegelden zich niet beperkt tot de sectoren van het onderwijs die nu zijn onderzocht.