AMSTERDAM - Samir A. heeft dinsdag zijn kaken veelal op elkaar gehouden als getuige tegen de Hofstadgroep. Hij weigerde op een aantal vragen in te gaan, mede omdat dit zijn eigen rechtszaak in de zogenoemde Piranhazaak zou kunnen schaden.

Zeven leden van de Hofstadgroep staan in hoger beroep terecht voor deelname aan een terroristische organisatie.

A. had voor de zitting in de Bunker in Amsterdam-Osdorp al in een brief aangegeven dat hij per vraag wil bepalen of hij antwoord geeft. De rechters van het hof hadden hiertegen geen bezwaar, gezien het feit dat de zaak tegen de Hofstadgroep en de Piranhazaak deels overlappen.

De getuige A., zelf in december door de rechtbank veroordeeld tot acht jaar cel voor het voorbereiden van terroristische aanslagen in de Piranhazaak, werd onder meer gevraagd wie aanwezig waren bij de besprekingen bij Mohammed B. thuis. Hij noemde alle zeven verdachten van de Hofstadgroep die terechtstaan.

Religie

Hij wilde ook bevestigen dat er bij die bijeenkomsten over religie werd gesproken, maar gaf 'geen commentaar' op de vraag of er ook radicale ideeën werden besproken.

A. zette zich opnieuw af tegen de voor de moord op Theo van Gogh veroordeelde Mohammed B. Samir A. zei geweld tegen de Staat af te keuren. Volgens A. heeft iemand die legaal in een land verblijft een verdrag gesloten en dien je zo'n verdrag te respecteren en je aan de regels te houden. B. is van mening dat als een land niet islamitisch is, geweld tegen de Staat gerechtvaardigd is.

Met zijn verklaring weersprak A. de aanklacht waarvoor hij zelf in hoger beroep terechtstaat in het Piranhaproces, door aan te geven dat hij nooit het plan had aanslagen te plegen. Het Openbaar Ministerie verdenkt A. ervan aanslagen te hebben gepland op onder meer het Binnenhof, Schiphol, de kerncentrale Borssele en het AIVD-gebouw.

De Hoge Raad heeft een eerdere zaak tegen Samir A. terugverwezen naar het hof.