DEN HAAG - De gewezen Kroatisch-Servische president Milan Martic heeft dinsdag een gevangenisstraf van 35 jaar gekregen wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Rechters van het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag achtten bewezen dat de gedaagde zich tussen 1991 en 1995 onder meer schuldig heeft gemaakt aan etnische zuiveringen, moord, plundering, deportaties, martelingen en het aanrichten van verwoestingen.

Martic, die zich in 2002 vrijwillig overgaf aan het VN-tribunaal, bekleedde diverse hoge functies in de autonome Servische Republiek Krajina die Serviërs in delen van Kroatië hadden uitgeroepen. Tienduizenden Kroaten en andere niet-Serviërs werden daar in opdracht van onder anderen Milan Martic gedeporteerd of op andere wijze verdreven. Vele mensen werden vermoord gedurende een langdurige, goed georganiseerde campagne.

Centrale rol

De gedaagde speelde volgens voorzittend rechter Bakone Justice Moloto een centrale rol in een gemeenschappelijke criminele onderneming die "een verenigde Servische staat wilde creëren door het onder dwang verwijderen van de niet-Serviërs".

Volgens de Zuid-Afrikaanse rechter maakten onder anderen wijlen Slobodan Milosevic en de radicale Serviër Vojislav Seselj ook deel uit van de criminele onderneming. Er is volgens het VN-hof onomstotelijk vast komen te staan dat Servië gedurende de hele periode Milan Martic en de afvallige Servische Republiek Krajina steunde met manschappen en materieel.

De nu 52-jarige Martic werd op slechts een van de negentien punten in de aanklacht vrijgesproken. De moorden hadden niet op zo'n grote schaal plaats of waren niet zo wijdverspreid dat er in juridische zin sprake kon zijn van uitroeiing, aldus de rechters.

Verzwarende factoren

De magistraten lieten in hun oordeel tal van verzwarende factoren meewegen. Het discriminerende karakter van de vergrijpen, de schaal en het systematische karakter ervan en het feit dat veel slachtoffers weerloze ouderen, gevangenen en burgers waren, zorgde er onder meer voor dat de straf zo hoog uitviel.

De gedaagde heeft altijd volgehouden onschuldig te zijn. Van de nu opgelegde straf mogen 1855 dagen aan voorarrest worden afgetrokken. Onduidelijk is nog of de verdediging of aanklagers in beroep gaan tegen het vonnis. De aanklagers hadden tijdens de slotpleidooien in januari dit jaar levenslang geëist.