BAGDAD - Het Iraakse Hoog Strafgerechtshof doet 24 juni uitspraak in de zaak tegen de neef van wijlen Saddam Hussein, Ali Hassan al-Majid, alias Ali Chemicali. Hij is samen met vijf anderen aangeklaagd wegens betrokkenheid bij de massamoord op Koerden eind jaren tachtig.

Bij de operatie Anfal tegen de Koerden zouden zeker 185.000 mannen, vrouwen en kinderen zijn gedood.

Ali Chemicali en vijf andere prominente leden van de Baath-partij van Saddam Hussein staan terecht voor hun aandeel in de Anfal-campagne. Tegen alle verdachten hebben de aanklagers de doodstraf geëist, met uitzondering van Taher al-Ani, indertijd gouverneur van de Noord-Iraakse provincie Mosul. Tegen hem is wegens gebrek aan bewijs om vrijspraak gevraagd.

Genocide

Alle zes verdachten waren aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Ali Chemicali was ook voor genocide aangeklaagd. Hij erkende in januari voor het Iraakse Hoog Strafgerechtshof dat hij in 1988 opdracht had gegeven iedereen te executeren die weigerde dorpen te verlaten in het noorden van Irak. Hij gaf daarmee expliciet toe een belangrijke rol te hebben gespeeld in 'de genocide op het Koerdische volk'.

"Ik ben verantwoordelijk voor het verdrijven (van mensen) en heb de beslissing zelf genomen zonder naar het militaire oppercommando of de leiding van de Baath-partij te gaan", aldus Ali Chemicali.