DEN HAAG - De Nederlandse militaire leiding in Irak en in Den Haag was in december 2003 al meteen ervan op de hoogte dat de militair Eric O. gericht had geschoten op een Irakees. Deze man overleed aan zijn verwondingen.

Het ministerie van Defensie bracht een dag later echter alleen naar buiten dat er waarschuwingsschoten waren gelost en dat een slachtoffer was gevallen.

Dat meldde de Volkskrant vrijdag, die de transcriptie in handen heeft van bandopnamen die vlak na de schietpartij zijn gemaakt van telefoongesprekken tussen het Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCDB) in Den Haag en de commandanten in Irak.

Daaruit blijkt dat kolonel Karel van Geitenbeek, die toen als hoogste militair in Irak het commando in As Samawah had, in de twee eerste gesprekken met Den Haag al meldt dat gericht is geschoten. Uren later, na diverse gesprekken over en weer, komt op het DCDB een officiële commandantenmelding uit Irak binnen. Maar daarin staat niet dat er gericht is geschoten.

De afdeling Voorlichting van Defensie meldde wel dat vermoedelijk door Nederlands geweervuur een Irakese man was geraakt en later in het ziekenhuis was overleden.

Niet bekend

De directeur voorlichting van Defensie zegt vrijdag in een reactie op het bericht in de Volkskrant dat nooit is ontkend dat er gericht was geschoten. "We hebben wel gezegd dat het ons niet bekend was." Volgens hem heeft Defensie het incident actief naar buiten gebracht maar was zij terughoudend over details, ook omdat de marechaussee onderzoek ingesteld had.

Terughoudendheid is volgens hem gebruikelijk na ernstige incidenten, omdat in de eerste uren de informatie niet stabiel is. "In de hectiek komen dan fragmentarische en soms tegenstrijdige gegevens naar voren. Wij willen een betrouwbaar beeld hebben. Dat heeft niets met manipulatie te maken", aldus de woordvoerder.

Ophef

Marinier O. werd na de schietpartij teruggehaald naar Nederland en berecht, wat tot veel (politieke) ophef leidde. Hij werd ervan beschuldigd de geweldsinstructie te hebben overtreden maar werd daarvan vrijgesproken. Verder is nooit bewezen dat de Irakees stierf door een kogel van O.

De zaak omtrent O. is onlangs weer opgerakeld toen voormalige collega's van O. aangifte deden. Zij vinden dat bewijs is achtergehouden en getuigen zijn beïnvloed en geïntimideerd. De Koninklijke Marechaussee onderzoekt deze kwestie in opdracht van het Openbaar Ministerie.