AMSTERDAM - Steeds meer studenten verlaten in hun eerste jaar definitief de universiteit. In het studiejaar 2002-2003 ging het om 8,9 procent. In 2005-2006 liep het aandeel vroege uitvallers op naar 10,7 procent. Dat blijkt uit cijfers die de VSNU, de Vereniging van Universiteiten, vrijdag heeft bekendgemaakt.

De hogere uitval is onder meer te verklaren doordat universiteiten strenger zijn geworden voor slecht presterende studenten. Twee derde van de vroeg uitgevallen studenten kiest voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo).

Van de studenten uit de lichting 2002-2003 die wel op de universiteit bleven, viel in de drie volgende jaren nog eens 8,7 procent uit. Na vier jaar had 45 procent een bachelordiploma behaald.

Bezinning

Onder studenten die later zijn begonnen, moet de uitval na het eerste studiejaar lager zijn. De strengere selectie moet daarvoor zorgen. "Het eerste bachelorjaar zou zo goed mogelijk dienst moeten doen als moment van bezinning op de gekozen opleiding", aldus de organisatie. De VSNU wil de uitval verder beperken door het onderwijs meer toe te snijden op de behoeften van studenten. Daarmee moeten zij ook sneller en succesvoller studeren.

Het is voor het eerst dat de universiteiten hun uitvalcijfers sinds de invoering van de zogeheten bachelor-masterstructuur bekendmaken. In dit systeem kunnen studenten aan een universiteit na drie jaar een zelfstandig bachelordiploma behalen, waarna zij door kunnen studeren tot master.

Vrouwen

De VSNU noemt het opvallend dat vrouwen sneller en succesvoller studeren dan mannen. Sinds 1999 behalen meer vrouwen dan mannen een universitair diploma. In 2006 schreven voor het eerst ook meer vrouwen dan mannen zich in voor een studie aan een universiteit.

De universiteiten zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid. Zo nam het aantal studenten rechtstreeks afkomstig van het vwo tussen de studiejaren 2002-2003 en 2005-2006 toe van ruim 16.000 naar meer dan 21.000.