DEN HAAG - Amin M., verdachte in de zaak-Ilona Nemeth, wil een Nederlandse vertaling van zijn strafdossier. Daarom spant zijn advocaat W.J. Ausma een kort geding aan tegen het ministerie van Justitie.

De verdachte spreekt slechts zeer beperkt Arabisch. Alle documenten die betrekking hebben op deze zaak zijn in deze taal opgesteld. Dat stelt advocaat Ausma donderdag.

Amin M. wordt in de Marokkaanse stad Sale vervolgd voor verkrachting en doodslag van de 34-jarige Ilona Nemeth. Zij werd op 16 juli 2004 voor het laatst gezien.

Stoffelijk overschot

Een jaar later werd haar stoffelijk overschot gevonden, begraven in een groenstrook bij station Overvecht in Utrecht. De man werd twee jaar later aangehouden in Marokko.

Het kort geding zou eigenlijk komende maandag in Den Haag dienen, maar Ausma heeft gevraagd de zaak aan te houden. "Dinsdag moet mijn cliënt in Marokko voor de rechtbank verschijnen.

Volgens zijn Marokkaanse advocaat is een deel van het dossier in het Nederlands. Ik ben daarbij aanwezig om te zien of die stukken aanwezig zijn", aldus de advocaat.

Bekentenis

Een belangrijk element in de bewijsvoering is de bekentenis van de verdachte. Hij heeft een Arabisch document ondertekend waarin staat dat hij onder invloed van drank en drugs Ilona Nemeth heeft verkracht, haar met haar fietsslot heeft geslagen tot de dood erop volgde en haar de dag erna zou hebben begraven. Ook zou Amin M. haar kleren hebben verborgen en haar telefoon hebben meegenomen.

In een handgeschreven verklaring in het Nederlands stelt de verdachte echter dat hij zich niets herinnert tot het moment waarop hij wakker werd naast het lijk van het slachtoffer.

Arabische vertaling

Volgens de Marokkaanse advocaat van Amin M. heeft de Marokkaanse politie in de Arabische vertaling van de Nederlandse verklaring "bekentenissen" toegevoegd die zijn cliënt nooit heeft gedaan. De verdachte zou de verklaring hebben ondertekend zonder de exacte inhoud te kennen.

Amin M. kan niet in Nederland berecht worden omdat Nederland geen uitleveringsverdrag heeft met Marokko. Bovendien levert dat land geen onderdanen uit.

"Het ministerie van Justitie heeft de stukken in deze zaak overgedragen aan Marokko. Er moet dus een Nederlands dossier zijn dat mijn cliënt in kan zien", aldus Ausma.