AMSTERDAM - De broer van Pim Fortuyn heeft woensdag aangifte gedaan tegen de oud-ministers van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries (PvdA) en van Justitie Benk Korthals (VVD).

Dat heeft de advocaat van Marten Fortuyn, Frank van Ardenne, laten weten. Ze waren ten tijde van de moord op Pim Fortuyn, in 2002, verantwoordelijk voor de beveiliging van de politicus.

Marten Fortuyn is van mening dat de ministers te weinig hebben gedaan aan de beveiliging van zijn broer. "Hij wil dat er nu eindelijk een goed strafrechtelijk onderzoek komt naar de nalatigheid van Korthals en De Vries in deze zaak.

We laten aan het Openbaar Ministerie over of zij zelf verantwoordelijk waren of dat mensen om hun heen steken hebben laten vallen. De aangifte is dus gericht tegen de ministers als ambtsdragers, niet persoonlijk", zegt Van Ardenne.

Commissie

In de aangifte wordt verwezen naar de commissie-Van den Haak. Die onderzocht na de moord de persoonsbeveiliging rondom Pim Fortuyn. De conclusies van deze commissie bewijzen volgens Van Ardenne onomstotelijk dat de beide ministers tekort zijn geschoten. "Korthals heeft zijn verantwoordelijkheden niet genomen en is inactief geweest bij de besluitvorming. De Vries is te afwachtend geweest, een houding die in de situatie rondom Pim Fortuyn, met al de bedreigingen, helemaal niet paste."

Marten Fortuyn kwam volgens de strafpleiter niet eerder met de aangifte omdat hij nu pas helder naar de feiten kan kijken. "De afgelopen jaren waren voor hem natuurlijk een hel. Hij is nu helder in zijn hoofd en ziet nu goed wat er allemaal mis is gegaan bij de beveiliging van zijn broer."

Nalatig

Fortuyn werd op 6 mei 2002 op het mediapark in Hilversum doodgeschoten. Volkert van der G. zit voor de moord een celstraf van achttien jaar uit. Van Ardenne stelt dat een verklaring van Van der G. bewijst dat de betrokken ministers nalatig zijn geweest. "Van der G. heeft verklaard dat hij als Pim Fortuyn beveiligers bij zich had gehad, hij de aanslag op de politicus niet had gepleegd. Dat zegt in mijn ogen genoeg."