DEN HAAG - Ruim duizend vreemdelingen kunnen geen aanspraak maken op de pardonregeling omdat zij in het verleden oorlogsmisdaden hebben gepleegd.

Daarnaast wordt van meer dan vijfhonderd andere uitgeprocedeerde asielzoekers momenteel onderzocht of zij oorlogsmisdadigers zijn.

Kinderen

Dat schrijft staatssecretaris Nebahat Albayrak (Justitie) dinsdag in antwoorden op schriftelijke vragen die de Tweede Kamer heeft gesteld over de pardonregeling. In de cijfers over oorlogsmidadigers zijn ook hun gezinsleden meegenomen.

Albayrak vindt dat partners en kinderen van oorlogsmisdadigers Nederland eveneens moeten verlaten. Het verleden van oorlogsmisdadigers trekt een dermate zware wissel op de openbare orde in Nederland dat hun hele gezin verplicht moet vertrekken.

Notitie

Het CDA meent dat die gezinsleden uitgezet moeten kunnen worden, maar vroeg tijdens een overleg in de Kamer ook aandacht voor het lot van familieleden die niets te maken hadden met de oorlogsmisdaden van hun vader of man.

Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) gaf gehoor aan een oproep van de regeringspartij om, los van de pardonregeling, met een notitie over dit probleem te komen.

Zuur

De PvdA, SP en GroenLinks steunden dat verzoek. De VVD wees erop dat het vaak moeilijk is om de betrokkenheid van gezinsleden bij oorlogsmisdaden aan te tonen.

Volgens de liberalen, die overigens fel tegen de pardonregeling zijn, is het een beetje zuur voor kinderen als ze worden uitgezet terwijl ze niet betrokken waren bij de daden van hun vader of moeder.

Foltering

In de praktijk komt er van uitzetting van oorlogsmisdadigers weinig terecht. Uit onderzoek blijkt dat 60 tot 80 procent van de vreemdelingen die zijn veroordeeld wegens oorlogsmisdaden, niet uitgezet kan worden omdat Nederland anders artikel 3 (verbod van foltering) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou schenden.

Hirsch Ballin gaat uitzoeken hoeveel niet-verwijderbare vreemdelingen op deze manier hier zijn gebleven.

Het kabinet heeft eind vorige maand ingestemd met een pardonregeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet (voor april 2001) Nederland zijn binnengekomen. Naar verwachting geldt de regeling voor 25.000 tot 30.000 vreemdelingen. De Tweede Kamer debatteert donderdag over het voorstel.