HAARLEM - De botten van het slachtoffer in de zaak van de zogeheten Haarlemse snelkookpanmoord moeten opnieuw worden onderzocht. Daarom worden zijn stoffelijke resten opgegraven. Dat heeft de rechtbank in Haarlem dinsdag bepaald.

Het opgraven gebeurt op verzoek van een patholoog-anatoom van het Nederlands Forensisch Instituut. Het NFI gaat onderzoeken op welke manier de man destijds precies om het leven is gebracht. Het slachtoffer is in 1997 vermoord. Zijn hoofd werd van zijn romp gescheiden en daarna in een snelkookpan uitgekookt. Delen van het lichaam zijn later teruggevonden langs de snelweg A15.

De hoofdverdachte in de zaak is de 51-jarige M.Y. uit Haarlem. Het slachtoffer was een 28-jarige broer van hem. Y. zou in 2002 ook op gruwelijke wijze zijn 30-jarige ex-vrouw hebben vermoord. Haar lichaam is nooit teruggevonden. De Haarlemmer ontkent beide beschuldigingen.

Getuige

De rechtbank had dinsdag de vrouwelijke medeverdachte van Y., de 27-jarige T.N. uit Spaarndam, als getuige willen horen. Dat verhoor is uitgesteld tot 12 juli, omdat de vrouw volgens de rechtbank nog onvoldoende hersteld is van een herniaoperatie. N. is begin dit jaar voor medeplichtigheid aan de snelkookpanmoord tot acht jaar cel veroordeeld.

Het is de bedoeling dat de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen Y. in oktober plaats heeft. De man zit dan bijna drie jaar in voorarrest. Voor die tijd moeten er nog vijf getuigen in Turkije worden gehoord. De Turkse autoriteiten hebben besloten dat de twee advocaten van de verdachte daarbij niet welkom zijn. De rechtbank bepaalde dinsdag dat de getuigen in dat geval naar Nederland moeten worden overgevlogen om hier in aanwezigheid van de verdediging te kunnen worden gehoord.