BEIROET - Gevechten bij het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Bared in het noorden van Libanon hebben binnen 36 uur zes militairen het leven gekost. Het jongste incident was zaterdag, toen twee militairen omkwamen doordat hun pantservoertuig werd getroffen door een raketgranaat.

Het permantente kamp is het toneel van het ernstigste geweld in dagen tussen islamisten van de beweging Fatah al-Islam en het leger. Vrijdag waren in Nahr al-Bared al zeker negentien personen omgekomen.

Mortiervuur

Ook zaterdag bestookte het leger met mortiervuur gebouwen in het kamp in de buurt van Tripoli. Volgens de strijdkrachten houden de islamisten zich schuil in de gebouwen. Vanuit het kamp stegen rookwolken op en klonk mitrailleurvuur.

Militairen zouden langzamerhand de randen van het kamp binnentrekken, aldus mediaberichten. Het leger ontkende echter dat het een grootscheepse aanval voorbereidt.

Verpletteren

De Libanese premier Fouad Siniora zwoer de terroristische strijders te verpletteren. Volgens hem is overgave het enige alternatief voor de islamisten. Hij bood ze een eerlijk proces aan.

Een woordvoerder van de radicale Fatah al-Islam liet weten dat er van overgave geen sprake zal zijn. "We peinzen er niet over", aldus de zegsman vanuit het omsingelde kamp. De groepering zegt banden te hebben met het terreurnetwerk al-Qaeda.

Gevechten

Sinds de gevechten 20 mei begonnen kwamen ongeveer honderd mensen om. Tienduizenden bewoners van Nahr al-Bared zochten een veilig heenkomen buiten het vluchtelingenkamp.