AMSTERDAM - De Nederlandse staat en de Verenigde Naties worden maandag gedagvaard wegens de massaslachting van moslimmannen en -kinderen in Srebrenica in juli 1995.

Dat meldde vrijdag het advocatenkantoor Van Diepen Van der Kroef, dat de zaak namens de nabestaanden, ook bekend als de Moeders van Srebrenica, behandelt. Het kantoor maakt de tekst van de dagvaarding maandag in verschillende talen openbaar op zijn website.

De civiele procedure wordt aangespannen door een groep van 6000 nabestaanden van het bloedbad in voormalig Joegoslavië. De procedure moet ertoe leiden dat zij erkenning en genoegdoening krijgen, aldus het advocatenkantoor. Een schikking bleek eerder niet mogelijk en ook pogingen achter de schermen vorig jaar om de zaak met premier Jan Peter Balkenende te bespreken liepen op niets uit.

Mladic

Srebrenica stond in 1995 onder bescherming van Nederlandse VN-militairen. Het had de status van beschermde enclave van de VN. Desondanks liep het Bosnisch-Servische leger onder leiding van generaal Ratko Mladic Srebrenica onder de voet en vermoordde daarna meer dan 7000 moslimmannen van tussen de zestien en zestig jaar.

Het kabinet laat weten nog niet te kunnen reageren en de dagvaarding af te wachten. Het kabinet is echter wel zeer begaan met het lot van de nabestaanden en overledenen van deze verschrikkelijke gebeurtenis in 1995, zo meldde de Rijksvoorlichtingsdienst.