DEN HAAG - Een goedgekeurd veiligheidsbeleid bij de politie ontbreekt of is verouderd. Dat constateert de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid in een onderzoeksrapport dat minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst (PvdA) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Nederlandse politiekorpsen werken actief aan de beveiliging van gegevens in hun informatiebestanden en reageren adequaat op incidenten, vindt de inspectie.

Toch richten de agenten zich te veel op de actualiteit van de dag en hierdoor ontbreekt een 'planmatige en structurele aanpak' van de informatiebeveiliging.

Ook de evaluatie van het beveiligingsbeleid laat te wensen over. Zo bestaan voor het afluisteren geen beveiligingsprotocollen.

Analyses

De inspectie vindt dat de politie een samenhangend beveiligingsbeleid moet opstellen. Verder moeten risicoanalyses worden uitgevoerd om vast te stellen of er voldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen.

Agenten moeten voortaan alle beveiligingsincidenten registreren en analyseren. Hiervoor moet voldoende personeel worden aangenomen. De inspectie beveelt eveneens aan dat het 'beveiligingsbewustzijn' van agenten wordt vergroot.

Burgemeesters

Ter Horst wil dat de politiekorpsen samen de problemen aanpakken, vanwege het belang van informatiebeveiliging. Hier ligt een taak voor de burgemeesters, die als korpsbeheerders verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van informatie.

Ook zou het ene korps de beveiliging van het andere moeten doorlichten. Dat is een effectieve methode, oordeelt de inspectie.